Wout van Aert leek op weg naar een knappe solozege in Dwars door Vlaanderen, maar werd in de slotmeters nog bijgehaald door Filippo Ganna. Zijn aanval op de Eikenberg en sterke finale maakten indruk, maar achteraf klonk er ook nuance vanuit het peloton.
Volgens renner Sander De Pestel speelde de aanwezigheid van motoren mogelijk een rol in het koersverloop. Hij gaf aan dat er in het peloton werd gezegd dat Van Aert zonder die hulp “veel eerder was ingelopen”, al benadrukte hij dat het moeilijk is om dat hard te maken.
Breder probleem in het wielrennen
De Pestel wil vooral wijzen op een groter probleem. Hij stelt dat motoren vaker een invloed hebben op wedstrijden, bijvoorbeeld door renners uit de wind te houden of het tempo te beïnvloeden. Hij verwijst ook naar de Ronde van Vlaanderen, waar volgens hem verschillen zichtbaar waren in de begeleiding van kopgroepen: achter Mathieu van der Poel en Tadej Pogačar reden meerdere motoren, terwijl dat bij Remco Evenepoel minder het geval was.
Respect voor Van Aert blijft
Tegelijk benadrukt De Pestel dat de prestatie van Van Aert overeind blijft. Hij noemt hem geliefd in het peloton en bij het publiek, en stelt dat hij momenteel misschien wel in de vorm van zijn leven verkeert. Volgens De Pestel rijden meerdere toppers op uitzonderlijk niveau. Hij noemt Evenepoel en Van der Poel fenomenen en wijst erop dat Pogačar nog een klasse apart is.
Realistische conclusie
Zijn conclusie is nuchter: Van Aert mag tevreden zijn met zijn prestaties en eindigde in de Ronde van Vlaanderen op zijn plaats, gezien de concurrentie. De discussie over motards blijft ondertussen een terugkerend thema in het moderne wielrennen.
(Bron: Radio Stelvio -Afbeelding: screen grab YouTube)