Jan Bakelants wil revolutie in wielrennen en doet opvallend voorstel rond prijzengeld

zondag, 23 augustus 2026
schermopname-27-7-2026-195440-www-6a679c162322b
G Volg ons via Google
Jan Bakelants vindt dat het professionele wielrennen dringend anders moet omgaan met prijzengeld. De voormalige Tourritwinnaar en huidige analist wijst daarbij naar de voorbije Tour de France, waarin ruim 2,3 miljoen euro aan premies werd verdeeld. Dat klinkt aanzienlijk, maar afgezet tegen de omvang en commerciële waarde van 's werelds grootste wielerwedstrijd vindt hij de bedragen bijzonder beperkt. Zo verzamelde eindwinnaar Tadej Pogačar uiteindelijk 611.980 euro, terwijl Remco Evenepoel op 247.800 euro uitkwam. Tim Merlier verdiende ondanks drie ritoverwinningen slechts 36.100 euro aan Tourpremies.
Voor Bakelants zit het probleem niet alleen in de hoogte van die bedragen, maar vooral in de manier waarop het systeem is opgebouwd. Renners rijden in de praktijk namelijk nauwelijks voor hun individuele premie, omdat het geld binnen de ploeg doorgaans wordt verdeeld onder ploegmaats en vaak ook personeel. “Geen enkele prof in de WorldTour koerst voor het prijzengeld”, stelt hij daarom. Voor de grote sterren zijn salarissen, contractbonussen en sponsordeals financieel veel belangrijker. Daardoor ontbreekt volgens Bakelants bij de renners ook de prikkel om gezamenlijk veel harder over de prijzenpot te onderhandelen.

"Cijfers zijn niet meegegaan met de groei"

Wat hem bijzonder stoort, is dat de bedragen volgens hem nauwelijks met de groei van de sport en de inflatie zijn meegegaan. De cijfers ondersteunen die kritiek gedeeltelijk: de totale Tourpot bedroeg in 2024 ongeveer 2,301 miljoen euro en in 2026 ongeveer 2,303 miljoen, vrijwel geen stijging. De UCI schrijft voor internationale wedstrijden wel financiële minimumverplichtingen voor en publiceert die bedragen jaarlijks. Voor de Tour schrijft het reglement in 2026 bijvoorbeeld minimaal één miljoen euro voor de etappes en het eindklassement samen voor. Dat betekent echter niet dat die bedragen automatisch aan de inflatie zijn gekoppeld, precies waar Bakelants verandering in wil zien.
Zijn voorstel gaat bovendien veel verder dan simpelweg hogere premies uitdelen. Bakelants wil af van het principe dat prijzengeld in eerste instantie aan individuele renners wordt toegekend. Hij zou de opbrengsten liever rechtstreeks naar de ploegen laten vloeien. Teams zouden dat geld vervolgens kunnen investeren in bijvoorbeeld trainingskampen, begeleiding, personeel en prestatiebonussen. Volgens hem past dat beter bij het moderne wielrennen, waarin een overwinning steeds minder het werk van één renner is en steeds meer het resultaat van een uitgebreide sportieve en medische omkadering.

Belastingen voor professionele sporters

Ook zijn opmerking over belastingen heeft enige uitleg nodig. Professionele sporters kunnen over inkomsten uit wedstrijden belasting verschuldigd zijn in het land waar ze presteren, terwijl die inkomsten ook in hun woonland moeten worden aangegeven. Dat betekent echter niet automatisch dat hetzelfde bedrag tweemaal volledig wordt belast: belastingverdragen voorzien doorgaans in mechanismen om echte dubbele belasting te vermijden. Bakelants gebruikt die fiscale complexiteit vooral als extra argument om het huidige individuele premiesysteem te herbekijken en de financiële stroom eenvoudiger via de teams te laten verlopen.
Zijn meest ingrijpende idee is uiteindelijk om vaste bedragen te vervangen door een systeem waarbij prijzengeld wordt gekoppeld aan de inkomsten van de organisator. Groeit de commerciële waarde van een wedstrijd, dan zou de prijzenpot automatisch mee omhooggaan. De door Bakelants genoemde 0,7 procent van de ASO-jaaromzet is daarbij zijn eigen berekening en moeilijk onafhankelijk te controleren omdat ASO geen volledige gedetailleerde Tourboekhouding publiceert. Hij beseft dat WorldTour-renners daarbij mogelijk iets moeten inleveren aan hun huidige individuele systeem, maar noemt dat “een kleine opoffering” als het de teams financieel sterker en professioneler maakt. Voorlopig is het een debatvoorstel, maar het raakt wel een bredere discussie over hoe de groeiende inkomsten van het wielrennen tussen organisatoren, ploegen en renners worden verdeeld.
loading

Loading