Wout van Aert zit opnieuw in een herkenbare situatie na de Ronde van Vlaanderen. Ondanks een degelijk niveau bleef een topresultaat uit, en ook richting
Parijs-Roubaix zijn er vraagtekens. Hoewel het parcours van Roubaix hem op papier beter ligt, is er één duidelijk probleem dat zijn kansen kan beperken.
Sleutel: fris de finale halen
Volgens Bobbie Traksel is de opdracht eigenlijk eenvoudig:
“Hij moet gewoon in de finale zien te geraken met die mannen en een sprint durven rijden. Of wegrijden als ze naar elkaar kijken. Het enige wat hij moet doen, is zo goed en fris mogelijk van voren komen.” Met andere woorden: Van Aert moet zich mengen met toppers als Mathieu van der Poel en Tadej Pogačar op het beslissende moment.
Positionering blijft zwakke plek
Het grootste struikelblok ligt volgens Traksel in zijn positionering:
“Hij zat nog steeds ver naar achter, en nog steeds met het duwen en wringen richting bochten... dat is dan toch een probleem.” Dat probleem wordt in Roubaix mogelijk nog groter, waar kasseistroken en smalle passages constant gevechten om positie opleveren.
In Vlaanderen werd dat al duidelijk, bijvoorbeeld richting de Molenberg, waar Van Aert zich moest laten terugbrengen door ploegmaats om weer vooraan te zitten. Zulke inspanningen kosten energie — energie die je later in de finale tekortkomt.
Geen eenmalig probleem
Het is bovendien geen nieuw gegeven. Van Aert gaf eerder al aan moeite te hebben met positionering, onder meer in de Ronde van de Algarve en tijdens een gravelrit in de Tirreno-Adriatico, waar hij te veel plaatsen verloor nog vóór de cruciale stroken begonnen.
Als Van Aert in Parijs-Roubaix wil meedoen voor de winst, zal hij dat probleem moeten oplossen. Want op het hoogste niveau maken kleine positioneringsfouten het verschil tussen winnen en achtervolgen.
(Afbeelding: screen grab YouTube)