Wout van Aert staat zaterdag opnieuw aan de start van de
Strade Bianche. Voor de renner van Team Visma | Lease a Bike wordt het zijn
tweede koers van het seizoen, na zijn eerdere seizoensstart in Le Samyn.
Ondanks een voorbereiding met enkele tegenslagen mikt hij op een sterke
prestatie in Toscane.
Terug naar de witte grindwegen
De Strade Bianche is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een
vaste afspraak in het vroege wielerseizoen. Ook dit jaar wacht de renners
opnieuw een uitdagend parcours richting het beroemde Piazza del Campo in Siena.
Hoewel het traject iets minder zwaar zou zijn dan in 2023,
blijft het karakter van de koers behouden met ongeveer 64 kilometer aan
onverharde grindstroken. Voor Van Aert betekent het een terugkeer naar een
wedstrijd die hij goed kent. In 2020 schreef hij de Strade Bianche op zijn naam,
maar sinds 2021 stond hij niet meer aan de start.
Moeizame voorbereiding
De aanloop naar de wedstrijd verliep voor Van Aert niet
zonder problemen. Tijdens de winter kampte hij met een enkelblessure, en ook
ziekte tijdens het openingsweekend van het seizoen gooide roet in het eten. In Le
Samyn kon hij bovendien geen rol van betekenis spelen in de finale door
materiaalpech. Toch kijkt hij uit naar zijn terugkeer in Italië. (lees verder onder de afbeelding)
Sterke ploeg rond Van Aert
Team Visma | Lease a Bike verschijnt met een stevige
selectie aan de start. Zo staat onder meer Matteo Jorgenson, die al goede vorm
toonde in Franse koersen, aan de zijde van Van Aert. Binnen de ploeg leeft het
vertrouwen dat er kansen liggen op een goed resultaat, al blijft de vorm van de
kopman voorlopig een vraagteken.
Voorzichtig optimisme
Van Aert zelf houdt de verwachtingen voorlopig bescheiden. “Ik
sta straks toch met meer vraagtekens aan de start in Siena dan ik had gehoopt”,
zegt hij in een mededeling van zijn ploeg. Toch is zijn motivatie groot. De
wedstrijd staat niet toevallig opnieuw op zijn programma. “De combinatie Strade
Bianche en Tirreno-Adriatico lijkt ons een goede voorbereiding op de verdere
doelen in het voorjaar.”
(Intro-afbeelding: screen grab YouTube)