Mathieu van der Poel had de benen om geschiedenis te schrijven in Parijs-Roubaix, maar moest uiteindelijk vrede nemen met een frustrerende afloop. Wat een nieuwe demonstratie had kunnen worden, draaide uit op een les in hoe genadeloos pech kan zijn op de kasseien.
"Ik had wel de benen"
Na de finish was hij duidelijk: “Ik had zeker de benen om mee te doen, maar je moet ook geluk hebben in Roubaix.” Dat geluk ontbrak op een cruciaal moment, toen Wout van Aert versnelde in het Bos van Wallers. Van der Poel reed lek en moest stoppen, waarna hij in de chaos probeerde verder te rijden met de fiets van Jasper Philipsen. Dat liep echter fout. “We reden met verschillende pedalen. Ik heb geprobeerd, maar het lukte niet. Helaas was ik er niet veel mee.”
Alsof dat nog niet genoeg was, volgde kort daarna een tweede lekke band. “Dan reed ik nog eens lek. Dan was mijn koers gedaan”, klonk het nuchter. De dubbele tegenslag sloeg een kloof die moeilijk nog te dichten was, ondanks zijn sterke vorm.
"Ik gun het Wout!"
Toch gaf hij zich niet gewonnen en knokte hij zich nog knap terug richting de kop van de koers. Maar die inspanning had een prijs. “We zagen ze rijden, maar ik had mijn beste pijlen al verschoten.” De energie die hij verspendeerde om terug te keren, maakte het verschil in de finale.
De ontgoocheling was groot, want hij had zijn voorjaar graag afgesloten met een overwinning. “Ik had mijn voorjaar graag afgesloten met een overwinning, dus het is jammer.” Tegelijk bleef hij sportief in de nederlaag en toonde hij zich groot in zijn reactie op de winnaar. “Ik denk dat iedereen het Wout gunt, ook ik. Het is heel mooi voor hem.”
(Afbeelding: screen grab YouTube)