Een stevige tegenvaller voor Toon Aerts. De Europees kampioen veldrijden zal de start van het nieuwe crossseizoen sowieso missen en weet voorlopig zelfs nog niet wanneer hij opnieuw een wedstrijd kan rijden.
De gevolgen van zijn zware val in de Ronde van Denemarken blijken veel groter dan aanvankelijk gedacht. Bijna tien weken na het ongeval zit Aerts nog altijd niet op de fiets en draait vrijwel alles om revalidatie.
Zware val in Denemarken
Begin augustus liep het mis tijdens de Ronde van Denemarken. Aerts ging zwaar tegen de grond en liep daarbij letsels op aan zowel zijn pols als zijn knie. Onderzoek wees uit dat hij een breuk aan het scheepsbeen in zijn pols had opgelopen en dat ook zijn knieschijf beschadigd was.
Een afgebroken stukje en verschillende barstjes in de knieschijf konden tijdens een operatie met twee schroeven worden hersteld. Op dat moment leek de situatie nog relatief beheersbaar.
“Het was natuurlijk nog altijd een operatie, maar dat was allemaal te overzien. Het echte probleem kwam pas twee weken later, toen ik plots een infectie in mijn knie kreeg”, vertelt Aerts.
Knie plots zo dik als een bowlingbal
Die infectie gooide zijn herstel volledig overhoop. Aanvankelijk leek het probleem oppervlakkig, maar enkele dagen later begon Aerts zich steeds slechter te voelen. Uiteindelijk kreeg hij koorts en zwol zijn knie in bijzonder korte tijd enorm op.
“Op één nacht tijd ging ik van een knie die bijna geen pijn meer deed naar een knie die zo dik was als een bowlingbal. Ik ben via spoed opnieuw in het ziekenhuis beland.” Een tweede operatie was noodzakelijk. Daardoor ging een belangrijk deel van de vooruitgang die hij na de eerste ingreep had gemaakt opnieuw verloren.
Zes dagen per week revalideren
Aerts werkt momenteel vrijwel dagelijks aan zijn herstel. Zes dagen per week staat revalidatie centraal. Hij krijgt kinesitherapie en doet inmiddels ook oefeningen in het zwembad. Sommige sessies duren twee tot drie uur. “Zondag is de enige dag dat ik rust krijg”, vertelt hij met een lach. De vooruitgang gaat volgens hem traag, maar is wel zichtbaar.
“Als je daar elke dag zoveel uren mee bezig bent, heb je soms het gevoel dat het niet snel genoeg vooruitgaat. Gelukkig zie ik op de filmpjes die we regelmatig maken dat er wel degelijk progressie is.” De lange periode zonder normale training heeft ook fysiek gevolgen. Aerts zegt inmiddels ongeveer vier kilogram te zijn kwijtgeraakt, voornamelijk spiermassa.
Terugkeer in december allesbehalve zeker
Bij zijn veldritploeg Charles Liégeois Roastery CX wil niemand momenteel een harde datum op zijn comeback plakken. Half december wordt genoemd als een mogelijke periode, maar zelfs dat staat nog lang niet vast. Alles hangt af van hoe zijn knie de komende weken reageert.
“We gaan daar geen druk op zetten. Zijn volledig herstel staat voorop”, benadrukt sportief manager Bart Verschueren. “De blessure van Toon is uiteraard een domper. Als Europees kampioen wil je hem graag vanaf de eerste wedstrijd aan de start zien.”
Crossprogramma was sowieso al kleiner
Opvallend genoeg was Aerts vóór zijn val al van plan om deze winter minder veldritten te rijden. Na zijn eerste volledige WorldTour-seizoen op de weg wilde hij een andere balans vinden. Vorige winter reed hij nog 27 crossen. Dit seizoen stonden er oorspronkelijk ongeveer 17 op zijn planning.
“Ik wilde vooral de Wereldbekers en de grote, zware crossen rijden, en tegelijk voldoende tijd overhouden om trainingsuren voor de weg te maken”, legt hij uit. De weg zou dus meer aandacht krijgen, maar door zijn blessure is zelfs dat verkorte crossprogramma volledig op losse schroeven komen te staan. (lees verder onder de afbeelding)
WK in Oostende blijft grote doel
Toch heeft Aerts zijn veldritwinter nog niet helemaal opgegeven. Vooral het WK in Oostende houdt hem gemotiveerd. Op hetzelfde parcours behaalde hij in 2021 al brons, toen nog zonder publiek vanwege de coronamaatregelen.
“Ik zal deze winter waarschijnlijk niet meer tot 110 procent van mijn kunnen komen. Mijn eerste prioriteit is volledig herstellen. Daarna kunnen we bekijken wat er nog van de winter overblijft.”
Maar één wedstrijd wil hij voorlopig nog niet uit zijn hoofd zetten. “Ik wil de hoop op het WK veldrijden in Oostende nog niet opgeven.” “Een WK in eigen land, op een parcours waar ik al een medaille heb gewonnen: ik zou daar heel graag opnieuw bij zijn. Als ik dat moet missen, zou dat bijzonder jammer zijn.”
Volledige winter nog niet afgeschreven
Van een definitieve streep door zijn volledige crosswinter is dus nog geen sprake. Maar de situatie is duidelijk ernstiger dan Aerts aanvankelijk had gehoopt. De openingsmaanden vallen sowieso weg en zelfs een terugkeer in december kan vandaag niet gegarandeerd worden.
Voorlopig is er maar één prioriteit: zijn knie volledig herstellen. Als er daarna nog voldoende winter overblijft, hoopt Aerts alsnog enkele crossen te rijden en zich uiteindelijk in de Belgische WK-selectie voor Oostende te knokken.