Het WK in Montréal draaide voor Wout van Aert niet uit zoals gehoopt. De Belg trok vroeg mee in de aanval, maar moest bij een volgende versnelling van Mathieu van der Poel al snel passen. Achteraf stellen zowel Jan Bakelants als Tom Boonen zich vragen bij de manier waarop Van Aert zijn wedstrijd aanpakte. Vooral Bakelants vond dat zijn goede vriend te veel energie verspilde op een parcours waarvan vooraf al duidelijk was dat het voor Van Aert op het randje zou worden.
“Dit was een unieke kans”
Volgens Bakelants had Van Aert veel langer zijn krachten moeten sparen. “Dit was een unieke kans voor Wout”, zei hij in ‘Wielerclub Wattage’. Van Aert ging op 87 kilometer van de finish mee in een aanval, terwijl Maxim Van Gils al in het wiel van Van der Poel zat. Bakelants vond die inspanning daarom overbodig.
“Hij had hem dan wat zenuwachtig kunnen maken door niet op kop te rijden”, analyseerde hij. Hoewel Bakelants en Van Aert goed bevriend zijn, spaarde hij zijn kritiek niet. “Wout is een heel goede vriend en ik vind het dan ook heel jammer voor hem”, klonk het.
Volgens hem wist Van Aert vooraf dat het parcours bijzonder zwaar voor hem zou worden. “Wout wist dat dit parcours kantje boord was. Dan moet je het jezelf niet nóg lastiger maken”, besloot Bakelants.
Boonen zag iets anders
Tom Boonen kon zich vinden in de analyse dat Van Aert te kwistig met zijn krachten omsprong. Volgens de voormalige wereldkampioen had hij op een bepaald moment beter bij Mads Pedersen kunnen blijven. “Wout had inderdaad bij Pedersen moeten blijven. Maar ik weet niet wat de afspraken waren”, merkt Boonen daarbij op.
En precies die laatste opmerking brengt Boonen bij een opvallende gedachte. Hij vraagt zich namelijk af of Van Aert binnen de Belgische ploeg wel echt aan de start stond met de opdracht om zelf wereldkampioen te worden.
Was Van Aert wel kopman?
Voor Boonen gaf de manier waarop Van Aert koerste mogelijk iets prijs over de Belgische tactiek. “Ik denk niet dat hij aan de start stond als kopman”, stelt Boonen. Hij baseert die conclusie vooral op het offensieve koersgedrag van Van Aert.
“Zoals ik hem zondag zag rijden, was dat niet om de koers te winnen.” Daarmee werpt Boonen een opvallend nieuw licht op de Belgische aanpak. Van Aert werd vooraf beschouwd als een van de grote Belgische namen naast Remco Evenepoel, maar volgens de oud-wereldkampioen leek zijn manier van koersen eerder op die van iemand die zich ten dienste stelde van een andere tactiek.