Mathieu van der Poel gold als dé man in vorm, maar kende in Milaan-Sanremo een moeilijk moment dat hem uiteindelijk de overwinning kostte. Dat roept meteen de vraag op of hij ook in de Ronde van Vlaanderen opnieuw het onderspit zal moeten delven tegen Tadej Pogacar.
Volgens analist Thijs Zonneveld zat er een belangrijk kantelpunt in de finale. Hij wijst erop dat zowel Pogacar als Van der Poel betrokken waren bij een valpartij, maar dat de impact anders uitpakte. “Ik denk dat er één gelukje was voor Pogacar, en dat is dat zijn grootste concurrent er ook lag.”
Zware inspanning op de Cipressa
Van der Poel moest na de valpartij een extra inspanning leveren om opnieuw vooraan te geraken. Daardoor werd de beklimming van de Cipressa voor hem veel zwaarder dan normaal. In plaats van een gecontroleerde inspanning werd het een lange, slopende inspanning zonder veel ruimte voor herstel.
Pogacar maakt het verschil
Tadej Pogacar speelde dat volgens Zonneveld perfect uit. Hij hield het tempo voortdurend hoog, zelfs in de afdaling, waardoor Van der Poel nooit echt kon recupereren. Het resultaat was een uitputtingsslag waarin Pogacar uiteindelijk het verschil kon maken.
Blessure kan cruciaal zijn
Voor de komende klassiekers blijft het afwachten hoe groot de impact van de valpartij is. Van der Poel liep een handblessure op en had zichtbaar last na de finish. Volgens Zonneveld is dat een belangrijke factor: als dit zijn topvorm was, wacht hem mogelijk een zware strijd in de Ronde van Vlaanderen. Maar als de blessure meespeelde, kan het verhaal er snel helemaal anders uitzien.
(Intro-afbeelding: screen grab YouTube)