Met zijn overwinning in Nokere Koerse heeft Jasper Philipsen eindelijk zijn eerste zege van het seizoen beet. Dat zorgt voor vertrouwen, al blijft hij realistisch over wat volgt.
Binnen Alpecin-Deceuninck is de rolverdeling duidelijk: Mathieu van der Poel is de uitgesproken kopman voor Milaan-Sanremo. “Alles op Mathieu, onze grootste troef. De enige renner die in staat moet worden geacht om ‘Pogi’ te counteren en te volgen op Cipressa en/of Poggio. Daar spreken de benen.” Philipsen beseft dus dat hij zelf niet als eerste kaart wordt uitgespeeld.
Kleine kans op herhaling
Hoewel hij Milaan-Sanremo eerder al wist te winnen, acht Philipsen de kans op een nieuwe overwinning beperkt. De koers wordt de laatste jaren steeds meer bepaald door de duels tussen Tadej Pogacar en Van der Poel, die het wedstrijdverloop volledig naar hun hand zetten. Arnaud De Lie bijvoorbeeld komt niet aan de start omdat hij Milaan-Sanremo door Pogacar en Van der Poel een verloren dag vindt.
Toch geeft Philipsen zich niet op voorhand gewonnen. Hij weet dat er altijd scenario’s mogelijk zijn, al zijn ze klein. “Hoe minuscuul de kans ook is, je móét ervoor gaan. In ‘24 lukte het nog eens, maar ik besef dat een nieuwe kans klein is en dat alles daarvoor moet meezitten.”
Afhankelijk van koersverloop
Zijn kansen hangen vooral af van hoe de wedstrijd zich ontwikkelt. Als Pogacar en Van der Poel erin slagen om het peloton uit elkaar te trekken, wordt het moeilijk voor sprinters. Maar als alles toch weer samenkomt richting de finish, kan Philipsen opnieuw zijn kans grijpen.
De boodschap van Philipsen is duidelijk: hij weet dat hij niet de topfavoriet is, maar blijft hopen op het juiste scenario. Een tweede zege in Milaan-Sanremo lijkt moeilijk — maar in deze koers is niets onmogelijk.
(Bron: Wielerkrant - Intro-afbeelding: screen grab Nieuwsblad)