Na de omstreden nachtelijke controles bij Jonas Vingegaard en Tadej Pogacar staat doping opnieuw centraal in de
Tour de France. Peter Van Eenoo, hoofd van het Gentse antidopinglaboratorium DoCoLab, waarschuwde in De Avondetappe voor een mogelijk nieuwe uitdaging: gendoping. Daarbij wordt genetisch materiaal of een biologisch instructiemechanisme gebruikt om het lichaam zelf prestatiebevorderende stoffen te laten produceren.
Gendoping hoeft volgens Van Eenoo niet noodzakelijk te betekenen dat het DNA van een sporter permanent wordt veranderd. Ook tijdelijk ingebracht genetisch materiaal, zoals mRNA, zou cellen instructies kunnen geven om bepaalde eiwitten aan te maken. “Je zou een proteïne kunnen laten synthetiseren die aanleiding geeft tot de productie van EPO of groeihormonen”, legt hij uit.
Tijdelijke karakter bemoeilijkt opsporing
Juist dat tijdelijke karakter kan de opsporing bemoeilijken. Het toegediende genetische materiaal kan relatief snel uit het lichaam verdwijnen, terwijl het biologische proces dat ermee werd gestart mogelijk langer blijft doorwerken. “Mijn vrees is dat diezelfde methodologie plotsklaps zal worden gebruikt als dopingmiddel”, zegt Van Eenoo. “We hebben al drie methodes om doping op te sporen, maar we weten niet of we klaar zijn voor dit type doping.”
Volledig onzichtbaar hoeft gendoping volgens hem niet te zijn. Wanneer het lichaam bijvoorbeeld extra rode bloedcellen of hormonen begint aan te maken, kunnen er afwijkende schommelingen ontstaan in het biologisch paspoort van een sporter. Zulke indirecte aanwijzingen zijn echter minder overtuigend dan een rechtstreekse test die het verboden middel of de gebruikte genetische drager zelf vaststelt.
"Stellig ontkennen is naïef"
Van Eenoo zegt niet te weten of gendoping vandaag al werkelijk in de topsport wordt toegepast. Hij vermoedt van niet, maar vindt een stellige ontkenning naïef. Voor individuele sporters is de technologie vermoedelijk bijzonder duur en complex, terwijl grotere organisaties of landen mogelijk wel over de nodige middelen beschikken. WADA verbiedt gen- en celdoping al sinds 2003 en investeert nog steeds in nieuwe detectiemethodes.