Voor
Tim Merlier leverde de Renewi Tour een ongewoon resultaat op: voor het eerst in ruim twee jaar beëindigde hij een volledige rittenkoers zonder etappezege. Dat betekent niet dat hij nergens dichtbij kwam. Op de openingsdag sprintte hij naar het podium, terwijl hij later onder meer werd gehinderd door materiaalpech en in de slotrit in Leuven werd opgehouden bij een valpartij.
Jasper Philipsen kende ondertussen een droomweek met drie ritzeges én eindwinst, waardoor het contrast tussen beide Belgische topsprinters extra groot oogde.
Soudal Quick-Step-ploegleider Iljo Keisse ziet vooral vóór de eigenlijke sprint ruimte voor verbetering. Volgens hem rijdt Philipsen vrijwel voortdurend helemaal vooraan, terwijl Merlier vaker enkele rijen verder terug te vinden is. “Jasper zit de hele dag in positie vijf. Tim wat verder, wat altijd meer energie kost”, analyseert Keisse. Zeker op heuvelachtige parcoursen kan dat verschil zwaar doorwegen: wie telkens opnieuw plaatsen moet opschuiven, verbruikt energie die in de laatste kilometers hard nodig kan zijn.
Mentaal aspect
Daarnaast wijst Keisse op een opvallend mentaal aspect. Tijdens de zware slotrit in Leuven liet Merlier via de ploeg-radio weten dat hij vreesde de verschillende hellingen niet te zullen overleven. Uiteindelijk bleef hij echter wel degelijk in het relevante deel van de wedstrijd hangen. Merlier verzet zich niet tegen die vaststelling en geeft toe dat zijn ploegleider daar een punt heeft. Hij vindt zelf eveneens dat hij soms “meer in mezelf moet geloven” wanneer een parcours op papier net iets zwaarder lijkt dan een klassieke sprintersrit.
Belangrijk is dat Keisse daarmee niet zegt dat Merlier plots snelheid of vorm tekortkomt. Integendeel: de ploegleider sprak berichten tegen dat zijn sprinter simpelweg geen goede benen zou hebben gehad. In Ardooie, waar zijn sprint door een technisch probleem mislukte, reed Merlier naar eigen zeggen zelfs zijn op één na beste waarde ooit over vijf seconden. Ook in Bilzen-Hoeselt probeerde hij nog mee te sprinten nadat het peloton door de korte hellingen flink was uitgedund, al bleek de oplopende aankomst daar uiteindelijk te zwaar.
"Niet alles moet rond mij draaien"
Merlier plaatst zelf nog een andere kanttekening bij de discussie. Hij vindt dat niet iedere moeilijke etappe automatisch volledig rond hem hoeft te draaien en wil ook ploegmaats de ruimte geven om kansen te grijpen. Volgens hem hadden anderen in de Renewi Tour dat soms nadrukkelijker mogen doen, zodat de verantwoordelijkheid niet telkens bij hem terechtkwam. Die opmerking is begrijpelijk gezien zijn seizoen: kort voor deze wedstrijd keerde hij terug na een Tour de France waarin hij drie etappes won en opnieuw bewees dat hij in een pure sprint tot de absolute wereldtop behoort.
Het pijnpunt dat Keisse blootlegt, draait dus niet om Merliers topsnelheid maar om de weg náár de sprint. Beter vooraan blijven zitten, minder energie verspillen aan inhaalbewegingen en eerder geloven dat hij korte hellingen aankan, kunnen hem juist in lastigere finales extra kansen geven. Philipsen vormt daarbij volgens de ploegleider een logisch voorbeeld, zonder dat daarmee wordt gezegd dat Merlier zijn hele koersstijl moet kopiëren. Na een Renewi Tour vol pech én gemiste kansen ligt de belangrijkste les volgens Soudal Quick-Step vooral in de details die al ver voor de laatste tweehonderd meter het verschil kunnen maken.