Na zijn dominante wereldtitel in het tijdrijden hoopte
Remco Evenepoel in Montréal ook op de weg voor de regenboogtrui te strijden, maar al vroeg voelde hij dat zijn benen niet hetzelfde niveau haalden. De Belg probeerde lang aan te klampen en keerde verschillende keren terug in de wedstrijd, maar moest uiteindelijk vrede nemen met de twaalfde plaats. “Vanaf het eerste rondje voelde ik weinig overschot in mijn benen”, verklaarde hij na afloop.
Evenepoel bleef onderweg hopen dat zijn lichaam alsnog zou reageren. De koerssituatie was aanvankelijk zelfs gunstig, met Wout van Aert vooraan en andere favorieten die het tempo opvoerden. Toch voelde Evenepoel dat hij telkens tegen zijn limiet aanzat. “Ik hoopte erdoor te komen in het slot, maar het parcours liet dat niet toe”, klonk het. Volgens hem was het vooral een kwestie van overleven en doorbijten, niet van een verkeerde tactische keuze.
"Ik had gewoon geen goede dag"
Toen Van Aert zich later liet terugzakken om hem te helpen, wist Evenepoel eigenlijk al dat de overwinning buiten bereik lag. Hij probeerde nog wel een ultieme actie, maar die werd snel geneutraliseerd. Achteraf maakte hij de oorzaak dan ook niet ingewikkelder dan nodig: “Ik had gewoon geen goede dag.” Dat net die mindere dag samenviel met de belangrijkste wegrit van het seizoen maakte de teleurstelling extra groot.
Evenepoel zoekt er zelf geen groter drama achter. Hij wees erop dat niemand zijn beste dagen kan uitkiezen en erkende dat wereldkampioen Brandon McNulty op het beslissende moment de sterkste was. Na zijn vierde opeenvolgende wereldtitel in het tijdrijden eindigt zijn WK daardoor met twee totaal verschillende gevoelens: absolute dominantie tegen de klok, gevolgd door een wegrit waarin hij al vroeg wist dat zijn lichaam hem niet dezelfde mogelijkheden gaf.