Niels Vandeputte sloot de vorige crosswinter af als nummer één op de UCI-ranking, zelfs boven ploeggenoot Mathieu van der Poel. Toch kiest de Belg dit seizoen niet voor nóg meer wedstrijden. Hij wil juist enkele crossen laten vallen. Dat klinkt tegenstrijdig voor iemand die bekendstaat om zijn regelmaat, maar Vandeputte heeft er een duidelijke reden voor: hij wil ruimte houden voor training, herstel en een paar grote persoonlijke doelen.
Eenenveertig crossen waren nog niet genoeg
Vorig seizoen reed Vandeputte liefst 41 veldritten, waarvan hij er zeven won. Met sterke prestaties in de laatste weken verzamelde hij voldoende punten om de wereldranglijst aan te voeren. Die eerste plaats was voor hem een bijzonder moment, vertelt hij in een interview met WielerFlits.
Hij beseft dat de ranking niet betekent dat hij in een rechtstreeks duel altijd sterker is dan Van der Poel. Ze toont vooral hoe vaak hij koerst en hoe constant hij resultaten neerzet. Dat is voor organisatoren en zijn ploeg een belangrijke kwaliteit.
Minder wedstrijden, maar geen rustige winter
Deze winter wil Vandeputte naar eigen zeggen slechts één, twee of drie crossen minder rijden. Vooral binnen de X2O Trofee zal hij waarschijnlijk wedstrijden overslaan. De Wereldbeker en Superprestige krijgen voorrang. De drukke kerstperiode blijft grotendeels behouden.
Zijn keuze komt niet voort uit spijt over het vorige seizoen. Vandeputte vindt niet dat hij toen door zijn vele starts tekortgeschoten is. Hij wil vooral wat extra ruimte creëren voor trainingsdagen en herstelmomenten. Het eerste grote mikpunt is het Europees kampioenschap in Zeddam.
Een Belgische droom met een zandrandje
Wanneer hij één wedstrijd mag kiezen die hij heel graag zou winnen, denkt Vandeputte uiteraard aan het WK in Oostende. Een wereldtitel in eigen land zou uitzonderlijk zijn. Maar puur naar het parcours gekeken, noemt hij ook Koksijde als een grote wens.
Dat maakt zijn plannen voor Vlaamse crossfans bijzonder interessant. De nummer één van de ranking kiest niet voor een radicale ommezwaai, maar voor kleine aanpassingen die op belangrijke dagen het verschil kunnen maken. Of die aanpak werkt, moet de winter uitwijzen.