Toon Aerts kwam in de koninginnenrit van de Baloise Belgium Tour bijzonder dicht bij zijn eerste profzege op de weg. Op de Muur van Durbuy schoot hij indrukwekkend naar voren, maar zijn aanval strandde op amper honderd meter van de finish.
Zelf gaf hij toe dat de aanval niet gepland was. Hij reed in dienst van kopman Jenno Berckmoes, maar kreeg plots toch zijn kans. Berckmoes had eerder zelf uitzicht op de zege in een sterke kopgroep met onder anderen Jasper Philipsen en Quinten Hermans.
Meer wegrenner dan veldrijder?
Toen Biniam Girmay niet meer vol meedraaide, viel de samenwerking vooraan stil. Daardoor kon Aerts van achteruit met snelheid komen. “Ik had een gat en dan kon ik niet anders dan doorgaan. Maar het was van te ver”, klonk het achteraf.
De prestatie bevestigt dat Aerts steeds meer een wegrenner is geworden. Toch voelt hij dat de opeenvolging van wedstrijden zwaar begint door te wegen. Na een winter met 27 crossen volgde een druk voorjaar met onder meer Catalonië, Vlaanderen, Roubaix, de Brabantse Pijl, de Amstel Gold Race, de Giro en de Baloise Belgium Tour. “Als ik zondag finish, heb ik 28 koersdagen op 45 dagen”, beseft hij.
Rust na het BK
Na het BK wil Aerts eindelijk wat rust nemen en vooruitkijken naar zijn planning. Daarbij lijkt de weg voortaan duidelijk voorrang te krijgen. “De weg wordt een hoofddoel voor mij en de cross vanaf nu bijzaak”, zegt hij opvallend duidelijk. De veldritwinter ziet hij vooral als voorbereiding op het volgende wegseizoen. (afbeelding: screen grab YouTube)