Wout van Aert begon het WK in Montréal met grote ambities, maar moest uiteindelijk vaststellen dat hij op het loodzware parcours tekortkwam. Op zo’n 90 kilometer van de finish koos hij zelf voor de aanval en kwam hij in een sterke groep terecht met onder meer Mathieu van der Poel. Lang duurde dat avontuur echter niet. Toen het tempo opnieuw de hoogte inging, moest Van Aert passen. “Het was superzwaar en voor mij té zwaar”, gaf hij na afloop zonder omwegen toe.
De Belg vond zijn vroege aanval achteraf geen fout. Frankrijk had de wedstrijd al van ver bijzonder hard gemaakt en Van Aert voelde dat afwachten hem waarschijnlijk weinig zou opleveren. Daarom wilde hij zelf mee zijn wanneer de koers openbrak. Van der Poel leek daarvoor aanvankelijk de ideale metgezel. “Hij was de juiste man om mee op pad te gaan”, vertelde Van Aert. Alleen bleek de Nederlander op dat moment simpelweg sterker.
"Geen goed teken"
Toen Van Aert definitief uit de voorste groep wegviel, schakelde hij zijn eigen ambities opzij en probeerde hij
Remco Evenepoel nog te ondersteunen. Ook daar merkte hij echter snel dat de situatie weinig hoopvol was. Evenepoel kwam als een van de laatste favorieten opnieuw aansluiten, iets wat Van Aert zelf “geen goed teken” noemde. Vanaf dat moment draaide zijn WK vooral om schade beperken en zoveel mogelijk hulp bieden aan zijn landgenoot.
"Ik baal ervan"
Zelf eindigde Van Aert uiteindelijk als 28ste, ruim vijf minuten achter wereldkampioen Brandon McNulty. Zijn conclusie was opvallend eenvoudig en hard: “Ik heb een goeie koers gereden, maar op vier of vijf ronden van het einde ging het licht al uit. Ik baal ervan, maar er zat niet meer in.” Voor Van Aert zat het probleem dus niet in een verkeerde aanval of tactisch misverstand, maar vooral in het feit dat zijn lichaam op het beslissende moment simpelweg niet meer kon volgen.