Wie profwielrenners volgt op Strava, Instagram of in documentaires, krijgt al snel het gevoel dat beter worden vooral draait om méér trainen. Lange duurtrainingen, hoogtestages, dubbele trainingsdagen, voedingsschema’s, herstelritjes, krachttraining en wattages waar een gewone fietser alleen maar van kan dromen.
Toch is “trainen als een prof” voor de meeste wielertoeristen geen goed idee. Niet omdat profs verkeerd trainen, maar omdat hun hele leven rond
training gebouwd is. Ze trainen, eten, rusten en herstellen met één doel: presteren op de fiets. Een wielertoerist moet dat combineren met werk, gezin, slaaptekort, stress en vaak veel minder beschikbare uren.
Wat je niet zomaar moet kopiëren
Het eerste dat je beter niet kopieert, is het volume. Profs kunnen weken maken met enorme aantallen kilometers en trainingsuren, maar daar staat ook professionele begeleiding, massage, voeding, slaap en jarenlange opbouw tegenover. Voor een gewone fietser kan plots veel meer trainen vooral leiden tot vermoeidheid, slechter herstel of zelfs blessures.
Ook hoogtestages, extreme hitteblokken of nuchtere trainingen moet je niet zomaar overnemen omdat je ze bij profs ziet. Zulke methodes kunnen nuttig zijn in de juiste context, maar ze hebben alleen zin als de basis goed zit. Zonder voldoende herstel en begeleiding worden ze al snel extra stress in plaats van extra winst. (lees verder onder de afbeelding)
Wat je wél kunt leren van profs
Het goede nieuws: je hoeft geen profschema te volgen om iets van profs te leren. De grootste winst zit vaak niet in spectaculaire trainingen, maar in eenvoudige gewoontes.
Profs trainen met een doel. Een rustige rit is echt rustig. Een intervaltraining is bewust hard. Een herstelrit is geen verkapte groepskoers. Die duidelijkheid kunnen wielertoeristen perfect kopiëren.
Ook consistentie is belangrijk. Niet één monstertraining maakt je beter, maar weken en maanden waarin je regelmatig fietst, goed eet en niet telkens te diep gaat. Voor veel recreanten werkt drie à vier gerichte fietsmomenten per week beter dan één veel te lange rit waar je dagen van moet bekomen.
Herstel is ook training
Een van de grootste verschillen tussen profs en amateurs is hoe serieus herstel genomen wordt. Profs weten dat de aanpassing niet tijdens de training gebeurt, maar erna. Daarom zijn slaap, voeding en rust geen details.
Voor wielertoeristen betekent dat niet dat je elke dag als een topsporter moet leven. Wel dat je eerlijk moet kijken naar je totale belasting. Een zware werkweek, weinig slaap en een intensieve groepsrit tellen allemaal mee. Soms is een rustige rit of rustdag dan slimmer dan nog een extra intervaltraining. (lees verder onder de afbeelding)
Maak proftraining kleiner
De beste manier om proftraining te kopiëren, is door ze kleiner te maken. Zie je dat profs veel rustige kilometers rijden? Vertaal dat naar één rustige duurtraining per week. Zie je dat ze blokken doen? Begin met korte, haalbare intervallen. Zie je dat ze veel aandacht besteden aan voeding? Zorg eerst dat je lange ritten niet meer op een halve banaan rijdt.
Je hoeft dus niet te trainen als een prof om beter te worden. Je moet vooral denken als een prof: met een plan, met geduld en met respect voor herstel. Daar zit voor de meeste wielertoeristen veel meer winst dan in het blind kopiëren van een trainingsweek uit de WorldTour. (afbeeldingen:
Magnific)