Wout van Aert ontbreekt in de
Tour de France, en dat blijft voor veel Belgische wielerfans wennen. De renner van Visma-Lease a Bike leek enkele weken geleden nog op weg naar Frankrijk, maar een valpartij en vooral de latere infectie aan zijn elleboog maakten deelname onmogelijk.
Ploegarts Carlo Guardascione van Jayco AlUla legt bij bici.PRO uit waarom die blessure zo ernstig was. Volgens hem ging het niet om een gewone wond na een valpartij, zoals renners die bijna wekelijks oplopen. “Uitgaande van het voorbeeld van Van Aert kunnen we zeggen dat het een ernstige blessure was”, klinkt het duidelijk.
Meer dan een gewone schaafwond
In het wielrennen horen schaafwonden bijna bij de job. Een val op asfalt zorgt vaak voor beschadiging van de bovenste huidlagen aan heup, knie, elleboog of schouder. Pijnlijk, maar meestal controleerbaar.
Bij Van Aert lag dat anders. “Het was niet de typische blessure die je krijgt als je op een fiets valt”, zegt Guardascione. “De meest voorkomende wond die we tegenkomen na valpartijen is een oppervlakkige schaafwond, waarbij de eerste en tweede huidlaag beschadigd raken.”
Het probleem bij een diepere wond is dat het risico op infectie veel groter wordt. Zeker rond de elleboog, waar de huid dun is en waar veel druk en beweging zit, kan een wonde snel moeilijk genezen. Als weefsel bloot komt te liggen, moet zo’n wonde grondig gereinigd worden. In Van Aerts geval was ziekenhuisopvolging nodig en moest de infectie uiteindelijk medisch behandeld worden.
Visma bevestigde eerder dat zijn gezondheid voorrang kreeg op elk sportief doel. Dat betekende: geen BK, geen Tour, en eerst volledig herstellen.
Waarom de ploegentijdrit slecht uitkwam
Opvallend is dat Van Aert na zijn val nog reed in de
Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Hij nam daar deel aan de ploegentijdrit en won twee dagen later zelfs nog een rit. Toch kan net die periode volgens Guardascione extra belastend zijn geweest voor zijn elleboog.
“De tijdrit heeft hem zeker niet geholpen”, zegt de arts. “Door de aerodynamische houding ontstaat er druk en wrijving rond de elleboog en bestaat het risico dat de situatie verergert.”
Dat klinkt logisch. In tijdrithouding steunt een renner langdurig op de onderarmen en ellebogen. Voor een gezonde renner is dat normaal. Voor iemand met een kwetsbare of open wonde kan het net extra irritatie veroorzaken. Druk, zweet, wrijving en voortdurende beweging zijn dan geen ideale combinatie.
Dat Van Aert kort daarna nog een rit won, maakt het verhaal alleen maar opvallender. Sportief leek hij nog altijd iets te kunnen, maar medisch ging het de verkeerde kant uit. Uiteindelijk werd de pijn erger en bleek de infectie te ernstig om nog richting Tour te denken. (lees verder onder de afbeelding)
Tourforfait was enige logische keuze
Achteraf lijkt de beslissing onvermijdelijk. Een geïnfecteerde wonde is geen blessure waarmee je “even doorbijt”, zeker niet in aanloop naar drie weken Tour. Cyclingnews meldde zelfs dat er bij uitstel risico op een veel ernstiger infectieverloop bestond. In zo’n situatie kan geen ploeg nog verantwoord starten.
Voor Visma was het sportief een zware klap. Van Aert had in Frankrijk een sleutelrol moeten spelen rond Jonas Vingegaard, maar ook zelf ritkansen kunnen krijgen. Zijn Tourervaring, kracht in ploegentijdritten en veelzijdigheid zijn moeilijk te vervangen.
Voor Van Aert zelf is het vooral zuur omdat zijn seizoen net opnieuw vorm kreeg. Hij won dit jaar Parijs-Roubaix en pakte ook een ritzege in de Tour Auvergne-Rhône-Alpes. Maar de Tour kwam te vroeg.
De eerste positieve signalen zijn er intussen wel. Van Aert zit opnieuw op de fiets en bouwt voorzichtig op. Maar de uitleg van Guardascione maakt duidelijk waarom Visma geen risico nam. Dit was geen gewone schaafwond, maar een blessure waarbij gezondheid belangrijker was dan elke Tourambitie.