Mathieu van der Poel heeft aangegeven dat hij het wereldkampioenschap mountainbike eind augustus als een belangrijk doel ziet. Tegelijkertijd bestaan er twijfels over zijn niveau in deze discipline en of hij daar wel voldoende competitief kan zijn op het hoogste niveau.
"Wereldkampioen worden in het mountainbiken is een droom voor me. Als ik één doel mag noemen voor 2026, dan is het wel het WK mountainbike", zei Van der Poel onlangs bij het Spaanse AS. Met die uitspraak maakt hij duidelijk dat hij zijn ambities buiten de weg- en veldritten serieus neemt.
Succes niet vanzelfsprekend
Zijn eerdere resultaten tonen echter dat succes niet vanzelfsprekend is. Vorig jaar eindigde hij als 29ste, op ruime achterstand van de winnaar, terwijl hij in 2023 na een valpartij al vroeg moest opgeven.
Ondanks die tegenslagen blijft de regenboogtrui een belangrijk mikpunt. In Nederland klinkt er echter ook scepsis, onder meer van oud-renner Karsten Kroon, die twijfels heeft over zijn fysieke geschiktheid voor het mountainbiken.
"Te groot en te zwaar"
"Ik denk dan: hij is te groot en te zwaar om dit te kunnen", zegt Kroon bij Eurosport. Volgens hem hebben renners zoals Nino Schurter en Tom Pidcock een compacter en wendbaarder profiel. Wereldkampioen Alan Hatherly is met zijn 1m78 niet bijzonder klein, maar weegt wel slechts ongeveer 65 kilogram.
Van der Poel, met zijn 1m84 en circa 75 kilogram, zou volgens Kroon daardoor in het nadeel zijn, ondanks zijn technische vaardigheid. Bovendien rijdt hij relatief weinig mountainbikewedstrijden per jaar, wat volgens Kroon zijn kansen verder beperkt: "Dan denk ik niet dat je het vereiste niveau kan bereiken".