Tim Merlier heeft zijn
Tour de France nu al meer dan geslaagd gemaakt. De Belgische sprinter van
Soudal Quick-Step boekte donderdag in Chalon-sur-Saône zijn derde ritzege van deze editie, nadat hij eerder ook in Bordeaux en Bergerac de snelste was. Toch is het onzeker of hij op zondag 26 juli ook kan meestrijden voor de prestigieuze overwinning op de Champs-Élysées.
Zware slotweek in de Tour de France
Merliers trainer Frederik Broché houdt rekening met een bijzonder zware slotweek. “Binnen de ploeg zijn er believers, maar persoonlijk denk ik dat het te moeilijk wordt”, vertelt hij. Vooral de twintigste etappe kan diepe sporen nalaten. De bergrit van Le Bourg-d’Oisans naar Alpe d’Huez telt 170,9 kilometer en maar liefst 5.450 hoogtemeters.
Volgens Broché zal Merlier in die rit mogelijk zowel lichamelijk als mentaal tot het uiterste moeten gaan om binnen de tijdslimiet te finishen. Een dag later wacht bovendien geen traditionele vlakke parade naar Parijs. De slotetappe is 132,5 kilometer lang en bevat ongeveer 1.000 hoogtemeters. Door het klimwerk op Montmartre krijgen sterke klassiekerrenners meer kansen dan pure sprinters.
Jasper Stuyven als 'alternatief'
Merlier kan zijn trainer natuurlijk nog ongelijk geven. De Belg bewees tijdens deze Tour dat hij ook na lastige finales over een indrukwekkende sprint beschikt. Zijn derde overwinning kwam er na verschillende aanvallen en hellingen in de laatste dertig kilometer. Jasper Stuyven bracht hem vervolgens uitstekend naar voren en zette hem op ongeveer driehonderd meter van de aankomst in een ideale positie af.
Wanneer Merlier in Parijs onvoldoende fris blijkt, beschikt Soudal Quick-Step met Stuyven over een uitstekend alternatief. “Hij mag in Parijs op ritwinst mikken”, zegt Broché. Het heuvelachtige karakter van de finale past bij de sterke en veelzijdige klassiekerrenner. Stuyven kan Merlier helpen wanneer een sprint haalbaar blijft, maar krijgt mogelijk zelf zijn kans als de beklimmingen het peloton uit elkaar rijden.