Jonas Vingegaard moest de
Tour de France verlaten nadat hij tijdens de vijftiende etappe zwaar ten val kwam. Op ongeveer twintig kilometer van de finish raakte zijn voorwiel een stoeprand in een moeilijke bocht. De Deen liep een gebroken sleutelbeen en meerdere schaafwonden op en moest geopereerd worden. Eerder die nacht was hij rond 02.00 uur gewekt voor een dopingcontrole.
Ook Tadej Pogacar kreeg bezoek van de controleurs, zij het omstreeks 05.00 uur. Volgens L’Équipe had de International Testing Agency vooraf toestemming gevraagd aan een Parijse rechter. Voor controles tijdens de nacht gelden bijzondere voorwaarden. De precieze informatie waarop de aanvraag gebaseerd was, is niet bekendgemaakt. Rechterlijke toestemming betekent dan ook niet dat een renner positief testte of schuldig is aan dopinggebruik.
"Ze zoeken naar groeihormoon"
Oliver Naesen begrijpt dat antidopingorganisaties buiten de gebruikelijke uren willen kunnen testen. In de HLN Wielerpodcast wees hij erop dat sommige middelen slechts korte tijd detecteerbaar kunnen zijn. “Ik hoor dat ze zoeken naar groeihormoon”, zei hij. De voormalige renner benadrukte tegelijk dat hij zelf geen aanwijzingen heeft dat er momenteel doping in het Tourpeloton wordt gebruikt.
"Dit gaat heel ver"
Toch vindt Naesen een controle om twee uur ’s nachts bijzonder ver gaan. Normale controles verlopen volgens hem doorgaans respectvol en rustig. “Er moet ergens een grens gesteld worden aan wat je een atleet mag aandoen”, klinkt het. De ITA erkent dat nachtelijke tests het herstel kunnen verstoren, maar noemt controles buiten de gewone uren in beperkte en gerechtvaardigde omstandigheden noodzakelijk voor een doeltreffend antidopingbeleid.
Val Vingegaard: was de controle de reden?
Dat Vingegaard later die dag viel, maakt de discussie extra gevoelig. Slechte nachtrust kan concentratie en herstel beïnvloeden, maar er is geen bewijs dat de controle zijn val veroorzaakte. De directe aanleiding was het raken van de stoeprand in een lastige bocht. De gebeurtenissen kunnen daarom niet rechtstreeks aan elkaar worden gekoppeld, al vindt Naesen dat de mogelijke gevolgen voor het welzijn van renners ernstig onderzocht moeten worden.