Het verdwijnen van Team Flanders-Baloise kan volgens Hans De Clercq zware gevolgen hebben voor de opleiding van jong Belgisch wielertalent. De ploeg houdt aan het einde van 2026 op te bestaan, nadat de zoektocht naar nieuwe financiële partners geen oplossing opleverde.
De Vlaamse overheid had eerder beslist om vanaf 2027 geen structurele financiële steun meer te geven aan het team. Daardoor moest de ploeg op zoek naar andere sponsors om verder te kunnen, maar uiteindelijk bleek het onmogelijk om een sluitend toekomstplan uit te werken.
"Laatbloeiers zullen uit de boot vallen"
Vooral de opleidingsfunctie van Flanders-Baloise maakt het verdwijnen volgens De Clercq bijzonder pijnlijk. Jonge renners kregen er jarenlang de kans om zich op professioneel niveau te ontwikkelen voordat ze eventueel de overstap naar een grotere ploeg maakten. Onder anderen Victor Campenaerts, Tim Declercq en tal van andere Belgische profs gebruikten het team als springplank.
De Clercq vreest dat vooral laatbloeiers voortaan uit de boot zullen vallen. De grootste WorldTour-ploegen hebben tegenwoordig eigen opleidingsformaties, maar daar zijn de plaatsen beperkt en wordt talent steeds vroeger vastgelegd. Renners die op hun twintigste of eenentwintigste nog niet volledig zijn doorgebroken, krijgen daardoor mogelijk minder tijd om zich te ontwikkelen.
Meer dan alleen het verdwijnen van een wielerploeg
“Er zit zoveel vis in de Vlaamse vijver, renners met kwaliteiten die nu een vogel voor de kat zijn”, waarschuwt De Clercq. Volgens hem zouden sommige renners uit de huidige kern binnen enkele jaren kunnen uitgroeien tot het type prof dat België eerder zag in renners als Edward Theuns, Victor Campenaerts of Tim Declercq.
Het einde van Flanders-Baloise betekent daarom meer dan alleen het verdwijnen van één professionele wielerploeg. Sinds de oprichting kreeg een groot aantal Vlaamse renners er de mogelijkheid om ervaring op te doen en door te stromen naar een hoger niveau. De komende jaren zal moeten blijken of andere opleidingsploegen dat gat voldoende kunnen opvangen.