Een Belgische ritzege zat er deze Tour de France Femmes niet in. Voor Ruben Van Gucht vat één woord het Belgische verhaal goed samen: “Ik vind het een ongelukkige Tour voor de Belgen.” Volgens de commentator vielen verschillende kansen en omstandigheden telkens net verkeerd.
Lotte Kopecky kwam nog het dichtst bij een Belgische overwinning. In de derde etappe zette ze een stevige achtervolging in op Sigrid Haugset, maar de Noorse hield stand na een indrukwekkende solo. Kopecky moest uiteindelijk vrede nemen met de tweede plaats.
Werken voor de ploeg
Ook bij AG Insurance-Soudal draaide de Tour voor de Belgische rensters vooral om werken voor de ploeg. Ine Beyen wees erop dat Justine Ghekiere en Lore De Schepper veel taken uitvoerden in dienst van Kim Le Court. Daardoor kregen ze nauwelijks ruimte om zelf voor een opvallend resultaat te gaan.
Dat vond Van Gucht jammer, zeker gezien hun mogelijkheden. Ghekiere weet al wat het is om een Tourrit te winnen: in 2024 triomfeerde ze in Le Grand-Bornand. Ook De Schepper heeft volgens hem voldoende kwaliteiten om in een grote ronde zelf een belangrijke rol te spelen.
Shari Bossuyt
Voor Shari Bossuyt bood het parcours dan weer weinig kansen om haar snelheid uit te spelen. Beyen zag daarnaast wel een positief signaal bij Tourdebutante Sandrine Tas, die erin slaagde om mee te schuiven in een ontsnapping. De Belgische rensters leverden volgens haar dus wel degelijk hun bijdrage, ook al vertaalde dat zich niet in een ritzege.
Een ander lichtpunt kwam van Lotte Claes in de individuele tijdrit tussen Gevrey-Chambertin en Dijon. Ze legde de 21 kilometer af in 28 minuten en 25 seconden en maakte daarmee indruk. Van Gucht was bijzonder enthousiast: “Dat was een toptijdrit, dat was wereldtop.”