Lotte Kopecky kende opnieuw een sterk voorjaar, met zeges in Nokere Koerse en Milaan-Sanremo, maar moest in andere klassiekers genoegen nemen met ereplaatsen. Dat contrast roept vragen op, zeker gezien haar dominante prestaties van de voorbije jaren.
Volgens Ine Beyen ligt de verklaring niet zozeer bij Kopecky zelf, maar bij de evolutie van het vrouwenwielrennen. Waar vroeger vooral Nederlandse rensters de koers domineerden, is het peloton vandaag veel breder en competitiever geworden.
Winnen niet vanzelfsprekend
Kopecky zelf brak die dominantie mee open en bouwde een indrukwekkend palmares uit, met onder meer wereldtitels en zeges in grote klassiekers zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Toch bleek dit voorjaar dat winnen niet langer vanzelfsprekend is.
In koersen als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix moest ze tevreden zijn met een vierde plaats. De concurrentie is simpelweg sterker geworden, met rensters als Demi Vollering en andere opkomende namen die steeds vaker het verschil maken.
"Is ze zelf tevreden?"
Ook de groei van het vrouwenwielrennen speelt een rol. Hogere budgetten en professionelere ploegen zorgen ervoor dat het niveau stijgt, waardoor het voor toppers als Kopecky moeilijker wordt om consistent te winnen.
Toch blijft Beyen genuanceerd. “Ik stel mij de vraag of Lotte zelf tevreden is”, zegt ze bij Het Nieuwsblad. “Ze wil altijd heel veel en heeft twee seizoenen gehad waarin alles lukte.” Het voorjaar van Kopecky was dus zeker niet slecht, maar moet bekeken worden in een sport die snel sterker en competitiever wordt.