Motoren in het peloton: het blijft een discussie die maar niet gaat liggen. Ook tijdens
Parijs-Roubaix dook het onderwerp opnieuw op, en dit keer kwam de kritiek recht uit het peloton zelf. Oliver Naesen zag met eigen ogen hoe de koers beïnvloed werd. Het probleem van motoren in de koers is al langer een pijnpunt.
Renners klagen regelmatig dat ze onbedoeld een rol spelen in het wedstrijdverloop, bijvoorbeeld door groepen af te remmen of net te helpen versnellen. Vooral koplopers zouden soms voordeel halen uit de situatie. Eerder in het voorjaar was er al ophef toen
Tadej Pogačar en Tom Pidcock op de Poggio meerdere motoren voor zich hadden, terwijl Mathieu van der Poel er nauwelijks één in de buurt had.
“Plots reden we 15 km/u sneller”
In Parijs-Roubaix deed zich volgens Naesen een gelijkaardig moment voor. In de HLN Wielerpodcast vertelde hij hoe zijn groep plots een opvallende versnelling kende. “Ik zat in een tweede groep met Yves Lampaert. Hij werd wat nerveus omdat er geen samenwerking was, tot Pogačar plots een probleem had.” Wat daarna gebeurde, was volgens Naesen opvallend. “Ik zei tegen hem: ‘Lampi, Eurosport en France 2 zullen ons dadelijk wel terugbrengen.’ En dat was dan ook het feit.”
Motoren als ‘muur’
Volgens Naesen vormden de motoren letterlijk een barrière op de weg. “De motoren hebben daar een muur gevormd voor onze groep, we reden plots 15 km/u sneller met Pogačar en zijn ploegmaats.” Hoewel de Sloveen nadien zelf het verschil maakte en de kloof dichtreed, blijft het moment hangen. “Het was wel hallucinant hoe we daar in gang werden getrokken door de motoren”, klonk het.
Het voorval toont nog maar eens aan hoe groot de impact van motoren kan zijn op een koers. Wat bedoeld is voor veiligheid en mediabeelden, kan ongewild het wedstrijdverloop beïnvloeden. De discussie lijkt dan ook nog lang niet beslecht. Renners, ploegen en organisatoren zullen samen naar oplossingen moeten zoeken om zulke situaties in de toekomst te vermijden.
(Bron: HLN - Afbeelding: screen grab Sporza)