De enorme prestaties in het moderne profwielrennen zorgen geregeld voor vragen over waar de menselijke grens precies ligt. Dat onderwerp kwam opnieuw naar boven nadat onder anderen Tadej Pogačar en Jonas Vingegaard tijdens de Tour 's nachts met dopingcontroles te maken kregen. Ook Remco Evenepoel werd gecontroleerd, al gebeurde dat volgens zijn vader Patrick op een normaler avonduur.
De vader van de Belgische wereldtopper wil daar absoluut geen verdachtmakingen aan koppelen. Wanneer hem wordt gevraagd of er misschien iets gebeurt waarvan supporters voorlopig niets weten, antwoordt hij voorzichtig: “Ik hoop en denk ook van niet.” Nachtelijke controles hoeven op zichzelf overigens niets verdachts te betekenen. De internationale antidopingregels laten toe dat atleten ook buiten wedstrijden onaangekondigd worden getest, terwijl de ITA tijdens de Tour bewust met gerichte controles werkt om de geloofwaardigheid van de sport te beschermen.
Ongeziene mogelijkheden
Patrick Evenepoel ziet tegelijkertijd hoe drastisch de sport de voorbije jaren veranderd is. Renners worden omringd door voedingsdeskundigen, trainers, artsen, aerodynamicaspecialisten en materiaalexperts, terwijl trainingsmethodes en herstel steeds nauwkeuriger worden afgestemd. Daardoor kunnen prestaties die enkele jaren geleden bijna onmogelijk leken tegenwoordig voor een deel worden verklaard door de professionalisering van het wielrennen. Toch blijft er volgens hem altijd een verschil tussen absolute toppers en de rest.
“Dan nog zullen er altijd een paar zijn die nóg harder fietsen”, merkt hij op. Dat maakt zulke renners volgens hem niet automatisch verdacht. De ITA probeert ondertussen juist nieuwe manieren te ontwikkelen om uitzonderlijke prestaties beter te analyseren: sinds dit jaar loopt bijvoorbeeld een proefproject waarin vermogensgegevens van profrenners worden onderzocht als mogelijke aanvullende bron voor antidopingonderzoek.
Schade voor jonge wielrenners baart zorgen
Voor Patrick Evenepoel zit de grootste angst niet alleen bij mogelijke overtredingen, maar vooral bij wat een nieuwe grote dopingaffaire met de reputatie van het wielrennen zou doen. Zijn zoon is betrokken bij een academie waar jonge renners kennismaken met de sport, en precies daar zou een nieuw schandaal volgens hem bijzonder hard aankomen. “Mocht er toch iets anders spelen, dan zou dat de wielersport andermaal in een kwaad daglicht plaatsen.” Vervolgens vraagt hij zich af hoe zoiets nog aan de kinderen in die academie uitgelegd zou moeten worden.
Zijn boodschap is daarmee minder beschuldigend dan sommige koppen suggereren: hij zegt niet dat de huidige toppers doping gebruiken, maar vindt dat het wielrennen door zijn verleden nooit kan stoppen met controleren. De UCI heeft het operationele antidopingprogramma inmiddels volledig aan de onafhankelijke ITA gedelegeerd, inclusief controles, onderzoek en sinds 2026 ook de afhandeling van resultaten en whereabouts-overtredingen.