De GP Montréal leverde
Remco Evenepoel geen tweede Canadese overwinning op, maar voor Greg Van Avermaet verandert dat weinig aan de verhoudingen richting het WK. De voormalige olympische kampioen blijft Evenepoel als de voornaamste kandidaat voor de regenboogtrui beschouwen. Zijn redenering is dat de Belg na een zware hoogtestage mogelijk nog niet op zijn absolute piek zat tijdens de twee Canadese voorbereidingskoersen.
Het lichaam heeft volgens Van Avermaet tijd nodig om na zo'n trainingsblok volledig te profiteren van de inspanningen. Hij verwacht dat die supercompensatie juist dichter bij het WK zichtbaar wordt. Dat Evenepoel Montréal niet won, hoeft tactisch zelfs geen nadeel te zijn: andere landen hebben nu eveneens vertrouwen en kunnen daardoor gedwongen worden zelf verantwoordelijkheid te nemen.
Van Aert en Van der Poel mogen wel degelijk dromen
Over
Wout van Aert en Mathieu van der Poel klinkt Van Avermaet veel optimistischer dan sommige parcoursanalyses doen vermoeden. Het WK bevat duizenden hoogtemeters en de klim op Mont-Royal wordt twaalf keer afgewerkt, maar volgens hem hoeven zwaardere klassieke renners daar niet noodzakelijk te breken. “Op een goede dag kunnen die mannen overleven”, stelt hij. Van Avermaet weet bovendien uit eigen ervaring hoe een klassieke renner op dit terrein kan presteren: hij won zelf twee keer de GP Montréal.
Vooral het scenario waarin een beperkt groepje samen de laatste oplopende meters bereikt, vindt hij interessant. “Dan zijn Van Aert en Van der Poel favorieten om het in de sprint af te maken.” Hun uitdaging wordt dus vooral om de aanvallen van lichtere klimmers als Isaac Del Toro, Paul Seixas en Evenepoel lang genoeg te beantwoorden.
Duidelijke waarschuwing voor Serge Pauwels
Voor bondscoach Serge Pauwels zit volgens Van Avermaet precies daar de tactische valkuil. België heeft met Evenepoel en Van Aert twee uitgesproken winnaars en wordt daardoor gemakkelijk het land waar andere ploegen naar kijken wanneer er achtervolgd moet worden. Te vroeg alle gaten dichtrijden kan de Belgen later duur komen te staan. Van Avermaet formuleert zijn advies bijzonder treffend: “Je mag de koers niet te veel in handen nemen, maar ook niet uit handen geven.”
Frankrijk met Seixas, Mexico met Del Toro en Nederland met Van der Poel zullen volgens die logica eveneens hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Voor België komt het erop aan Evenepoels aanvallende kwaliteiten te benutten zonder Van Aert al vroeg op te offeren. Blijft die laatste tot diep in de finale gespaard, dan beschikt Pauwels volgens Van Avermaet over een tweede kaart die in een kleine sprint zelfs bijzonder moeilijk te kloppen kan zijn.