Primož Roglič blijft nadrukkelijk in beeld bij
Lotto-Intermarché voor 2027. De Sloveen loopt eind dit seizoen uit contract bij Red Bull-BORA-hansgrohe en overweegt ondanks eerdere twijfels over zijn toekomst nog minstens één jaar door te gaan. Lotto zou al gesprekken hebben gevoerd met de viervoudige Vuelta-winnaar, maar een akkoord is voorlopig niet bekendgemaakt.
Patrick Lefevere vraagt zich af of de Belgische ploeg er verstandig aan doet om zwaar in de bijna 37-jarige klassementsrenner te investeren. Zijn oordeel over Roglič’ huidige seizoen is streng: “Hij heeft dit jaar niet veel gepresteerd.” Volgens de voormalige Quick-Step-baas spelen ook zijn vele valpartijen en fysieke tegenslagen mee in het risico.
Resultaten geven Lefevere gelijk
De resultaten geven Lefevere gedeeltelijk munitie, al was Roglič zeker niet onzichtbaar. Hij werd vijfde in Tirreno-Adriatico, derde in Milano-Torino en achtste in de Ronde van Zwitserland. Een overwinning behaalde hij voorlopig niet in 2026. Zijn voorbereiding op de Vuelta kreeg bovendien opnieuw een knauw na een trainingsongeval.
Lefevere sluit niet uit dat Lotto rekent op een relatief gunstige financiële deal. “Misschien dat Lotto denkt een koopje te kunnen doen”, stelt hij. Tegelijk erkent hij dat alleen al de komst van een renner met het palmares van Roglič veel publiciteit en commerciële uitstraling zou opleveren.
Drie andere transfers als waarschuwing
Toch haalt hij drie eerdere Lotto-transfers aan als waarschuwing. John Degenkolb, Elia Viviani en Philippe Gilbert reden samen zes seizoenen voor de ploeg en kwamen volgens Lefeveres berekening gezamenlijk tot vier zeges, zonder overwinning op WorldTour-niveau. Grote reputaties bieden volgens hem dus geen enkele garantie op rendement.
Voor Lotto-Intermarché is de mogelijke komst van Roglič desondanks goed te begrijpen. De ploeg verliest belangrijke kopmannen en kan een ervaren klassementsrenner gebruiken, terwijl jong talent zoals Jarno Widar verder wordt ontwikkeld. Of Roglič op zijn leeftijd nog voldoende niveau heeft om die investering sportief te rechtvaardigen, is precies de gok waar Lefevere zijn vraagtekens bij zet.