Patrick Lefevere volgt de Tour de France Femmes met belangstelling, maar is niet over alles even enthousiast. De voormalige topman van Quick-Step had naar eigen zeggen verwacht dat er in de koers meer aanvallend en agressief gereden zou worden. “Dat verbaast me eerlijk gezegd: ik dacht dat het attractiever zou zijn”, zegt hij.
Vooral de soms vreemde ontwikkeling van ontsnappingen valt hem op. Kopgroepen kunnen een enorme voorsprong verzamelen, waarna de samenwerking plots stilvalt en het peloton alsnog snel dichterbij komt. “Dan beginnen ze vooraan plots naar elkaar te kijken en is in een mum van tijd alles weer samen”, merkt Lefevere op.
"250 euro per maand"
Tegelijk benadrukt hij dat het professionele vrouwenwielrennen op korte tijd een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Dat is volgens hem nergens duidelijker zichtbaar dan bij de lonen. “Toen ik drie jaar geleden instapte, hoorde ik verhalen van meisjes die 250 euro per maand verdienden”, vertelt Lefevere.
De financiële omstandigheden zijn ondertussen drastisch veranderd. De UCI voerde de voorbije jaren stapsgewijs hogere minimumlonen en betere sociale bescherming in voor rensters van Women's WorldTeams. Ook de gemiddelde budgetten zijn stevig gegroeid: voor 2026 ligt het gemiddelde budget van een Women's WorldTeam volgens recente cijfers rond 5,7 miljoen euro.
"Ik wilde niet voor OCMW spelen"
Lefevere geeft toe dat hij aanvankelijk weinig interesse had om zelf in het vrouwenwielrennen te stappen. “Ik heb initieel gezegd dat ik geen vrouwenploeg wilde oprichten, omdat ik niet voor OCMW wilde spelen”, vertelt hij over zijn eerste reactie. Uiteindelijk veranderde hij van mening en raakte hij via AG Insurance wel betrokken bij de uitbouw van een professionele vrouwenploeg.
Die groei brengt tegenwoordig nieuwe uitdagingen met zich mee. Teammanagers waarschuwen dat salarissen en algemene kosten momenteel sneller stijgen dan de commerciële inkomsten van veel ploegen, terwijl de verschillen tussen rijke en kleinere teams toenemen. Het vrouwenwielrennen heeft financieel dus een enorme sprong vooruit gemaakt, maar tegelijk groeit de discussie over hoe die ontwikkeling op lange termijn betaalbaar kan blijven.