Tour de France 2026: waarom Merlier en Philipsen nu nóg meer kans maken op groen

woensdag, 01 juli 2026
Schermopname_1-7-2026_12102_www.youtube.com
G Volg ons via Google
De strijd om de groene trui in de Tour de France 2026 lijkt meer dan ooit een zaak voor de pure sprinters te worden. Door de aangepaste puntentelling leveren vlakke ritten dit jaar veel meer op dan heuvel- en bergetappes. Daardoor krijgen snelle mannen als Tim Merlier, Jasper Philipsen, Olav Kooij en Biniam Girmay een grotere kans om de klassementsrenners en allrounders uit de buurt te houden.
Dat is opvallend, want de voorbije jaren werd groen niet altijd alleen beslist in de massasprints. Renners als Wout van Aert, Peter Sagan en zelfs Tadej Pogacar konden door hun veelzijdigheid veel punten sprokkelen op dagen waarop klassieke sprinters moesten overleven. In 2026 ligt de nadruk opnieuw duidelijker bij de mannen die op vlakke aankomsten het snelst zijn.
Voor Belgische wielerfans is dat uitstekend nieuws. Met Tim Merlier en Jasper Philipsen staan er twee absolute topsprinters aan de start die allebei een realistische kans hebben op ritzeges én op de groene trui. Maar de concurrentie is breed, de Tour is lang en één slechte dag in de bergen kan nog altijd alles veranderen.

Waarom de nieuwe puntentelling de sprinters helpt

De grootste verandering zit in het gewicht van de vlakke ritten. In een vlakke etappe krijgt de winnaar nu 70 punten. Dat is bijzonder veel, zeker in vergelijking met heuvelritten en bergritten. In licht heuvelachtige ritten ligt de maximale beloning op 50 punten, in zwaardere heuvelritten op 30 punten en in bergetappes op 20 punten.
Het gevolg is simpel: wie de echte sprintetappes domineert, kan snel een grote voorsprong opbouwen. Een sprinter die twee vlakke ritten wint, staat meteen op 140 punten alleen al aan de finish. Een klassementsrenner die in een bergrit wint, krijgt daar veel minder voor terug in de strijd om groen.
Daarmee lijkt de Tourorganisatie de groene trui opnieuw sterker richting de sprinters te duwen. Niet de meest complete renner, maar de snelste en meest constante finisher moet beloond worden. Dat betekent niet dat allrounders kansloos zijn, maar ze zullen veel moeilijker genoeg punten verzamelen als ze niet regelmatig meesprinten in vlakke ritten.
Ook de tussensprints blijven belangrijk. In elke gewone rit zijn onderweg punten te verdienen, met maximaal 25 punten voor de winnaar van een tussensprint. Dat maakt de strijd tactisch. Sprintersploegen zullen niet alleen naar de finale kijken, maar ook onderweg moeten beslissen of ze energie steken in extra punten.

Jasper Philipsen: de meest complete Belgische kandidaat

Jasper Philipsen is misschien wel de meest logische Belgische favoriet voor groen. Niet alleen omdat hij de trui al eens won, maar vooral omdat hij meer is dan een pure massasprinter. Philipsen kan zich goed positioneren, overleeft lastiger terrein beter dan veel andere sprinters en heeft met Mathieu van der Poel een ploegmaat die in finales van onschatbare waarde kan zijn.
Bij Alpecin-Premier Tech is de rolverdeling bovendien helder. Philipsen is de man voor de sprintkansen, Van der Poel kan zelf ritten najagen maar ook als luxeloods fungeren. Dat maakt Alpecin een van de gevaarlijkste sprintblokken van deze Tour.
Het grote voordeel van Philipsen is zijn regelmaat. Voor groen volstaat het niet om één rit te winnen. Je moet ook tweede, derde of vierde worden op dagen waarop je net niet de snelste bent. Je moet tussensprints meepakken wanneer het kan. En je moet drie weken lang uit de problemen blijven.
Daar zit meteen ook zijn opdracht. Philipsen hoeft niet elke sprint te winnen, maar hij mag zich weinig nulpunten veroorloven. In een Tour waarin vlakke ritten zo zwaar doorwegen, kan één gemiste sprintkans al een groot verschil maken.

Tim Merlier: misschien de snelste, maar groen vraagt meer

Tim Merlier behoort op pure snelheid tot de beste sprinters van de wereld. Als hij goed wordt gebracht en zijn sprint perfect kan lanceren, kan hij iedereen kloppen. Voor Soudal Quick-Step is hij dan ook dé man voor de massasprints in deze Tour.
De nieuwe puntentelling speelt in zijn voordeel. Hoe meer de strijd om groen draait rond vlakke aankomsten, hoe groter zijn kansen worden. Merlier hoeft geen alleskunner te zijn om mee te doen. Als hij twee of drie keer vol scoort in een vlakke rit, staat hij automatisch hoog in het puntenklassement.
Toch is groen voor Merlier geen eenvoudige opdracht. De Tour is geen reeks losse sprints, maar een afvalrace van drie weken. Hij moet de bergen doorkomen, valpartijen vermijden, tussensprints slim kiezen en ook op mindere dagen blijven scoren. Net daar hebben renners als Philipsen of Girmay mogelijk een klein voordeel.
Voor Merlier wordt de vraag dus: gaat hij vol voor ritwinst, of wordt groen echt een doel? Die twee kunnen samengaan, maar het vraagt wel een andere aanpak. Voor een groene trui moet je soms ook sprinten voor een vijfde plaats, of onderweg energie steken in een tussensprint die later cruciaal blijkt. (lees verder onder de afbeelding)
Jasper Philipsen interview

Olav Kooij: de gevaarlijke nieuwkomer in het debat

Olav Kooij is een van de interessantste namen in deze strijd. De Nederlander heeft de snelheid om de grote sprinters te kloppen en liet recent nog zien dat hij Tim Merlier en Jasper Philipsen kan verslaan in een rechtstreeks sprintduel. Dat maakt hem geen outsider meer, maar een echte kandidaat voor ritzeges.
Zijn voordeel is dat hij fris en ambitieus aan deze Tour begint. Voor Kooij is dit het moment waarop hij zich definitief tussen de grootste sprinters kan zetten. Met Decathlon CMA CGM heeft hij een ploeg die hem kansen kan geven, al zal de ploeg ook rekening houden met andere doelen.
Daar zit meteen het verschil met Philipsen en Merlier. Bij Alpecin en Soudal Quick-Step is de sprintmissie zeer duidelijk. Bij Decathlon kan de aandacht meer verdeeld zijn. Kooij zal dus niet alleen snel moeten zijn, maar ook efficiënt. Elke sprintkans moet bijna raak zijn.
Als hij vroeg in de Tour een rit wint, verandert alles. Dan rijdt hij niet meer als talent of uitdager, maar als volwaardige kandidaat voor groen. Zonder vroege zege wordt het moeilijker om de gevestigde namen onder druk te zetten.

Biniam Girmay weet hoe je groen wint

Biniam Girmay mag in geen enkele voorspelling ontbreken. Hij won de groene trui al eens en weet dus perfect wat dit klassement vraagt. Girmay is bovendien een sprinter die ook op lastiger terrein gevaarlijk blijft. Dat maakt hem bijzonder geschikt voor dagen waarop pure massasprinters in de problemen kunnen komen.
Zijn kracht zit in de combinatie van snelheid en overlevingsvermogen. Hij hoeft niet altijd de snelste te zijn op een brede, vlakke boulevard. Hij kan ook punten pakken op licht oplopende aankomsten, in rommelige finales of in ritten waarin een deel van de pure sprinters al gelost is.
Toch is de nieuwe puntentelling niet automatisch ideaal voor hem. Omdat vlakke ritten nu zwaarder doorwegen, worden pure sprintzeges belangrijker. Girmay zal dus niet alleen moeten sprokkelen, maar ook echt winnen. Alleen met ereplaatsen wordt het lastig als Philipsen, Merlier of Kooij meerdere vlakke ritten naar zich toe trekken.
Maar onderschatting zou gevaarlijk zijn. Girmay heeft ervaring, vertrouwen en een ploeg die weet dat de groene trui een realistisch doel kan zijn. Als de Belgische sprinters elkaar punten afsnoepen, kan hij daar perfect van profiteren.

Waarom Pogacar minder gevaarlijk lijkt voor groen

Tadej Pogacar kan bijna overal punten pakken. Hij wint bergetappes, heuvelritten, lastige finales en soms zelfs sprints in kleine groepen. Daardoor was hij de voorbije jaren opvallend aanwezig in de strijd om het puntenklassement.
Toch lijkt groen in 2026 minder op zijn maat gemaakt. Door de hogere beloning voor vlakke ritten wordt het voor een klassementsrenner moeilijker om de echte sprinters bij te houden. Pogacar zal ongetwijfeld punten pakken, maar hij zal vooral bezig zijn met geel. En in de vlakke sprintetappes zal hij normaal geen 70, 50 of 40 punten scoren.
Dat verandert de dynamiek. De sprinters krijgen een grotere buffer. Zelfs als Pogacar meerdere bergritten wint, kan hij moeilijk opboksen tegen een sprinter die regelmatig hoog eindigt in de vlakke etappes.
Voor de strijd om groen is dat goed nieuws. Het maakt het klassement duidelijker en waarschijnlijk ook spannender tussen de snelle mannen zelf. In plaats van de vraag of een alleskunner de sprinters kan verslaan, wordt de hoofdvraag: wie is drie weken lang de beste sprinter?

De Belgische droom: Merlier tegen Philipsen

Voor België is dit een droomscenario. Tim Merlier en Jasper Philipsen behoren allebei tot de absolute wereldtop in de sprint. Ze hebben allebei een ploeg die in vlakke ritten voor hen wil werken. En ze profiteren allebei van een puntentelling die snelle mannen sterker beloont.
Toch zijn ze heel verschillend. Merlier is de explosieve afmaker, de man die op pure snelheid misschien de hoogste piek heeft. Philipsen is de completere Tour-sprinter, met ervaring in het groen, een sterke lead-out en de inhoud om ook op moeilijkere dagen punten te verzamelen.
Als de strijd tussen hen echt losbarst, kan dat een van de mooiste Belgische verhalen van deze Tour worden. Niet alleen omdat ze allebei ritten kunnen winnen, maar omdat ze elkaar ook voortdurend punten kunnen afpakken. Elke sprint wordt dan dubbel belangrijk: voor de dagzege én voor Parijs.
De groene trui wordt in 2026 dus geen bijzaak. Door de nieuwe puntentelling ligt er voor de sprinters meer op tafel dan ooit. En als Merlier en Philipsen hun niveau halen, kan België zomaar wekenlang dromen van groen in Parijs.
loading

Loading