De Tour de France 2026 wordt voor Belgische wielerfans geen koers om rustig in te groeien. Al op dag één kan Remco Evenepoel tijd winnen of verliezen in de ploegentijdrit van Barcelona. Een dag later ligt er op Montjuïc een kans voor punchers, en in de eerste week krijgen ook de sprinters al hun eerste grote afspraak.
Daarna volgen nog meer Belgische verhaallijnen. Tim Merlier en Jasper Philipsen mikken op massasprints en mogelijk groen. Evenepoel krijgt een cruciale tijdrit. Maxim Van Gils kan belangrijk worden in lastige overgangsritten. En in de slotweek kan
de Tour op Alpe d’Huez volledig ontploffen. Tourbaas Christian Prudhomme omschreef deze route eerder als een parcours dat in crescendo gaat. Voor Belgische fans betekent dat vooral: niet alleen de bergritten zijn belangrijk. Ook de eerste dagen, de sprintkansen en de tijdrit kunnen de Tour van de Belgen maken of breken.
Rit 1: Barcelona - Barcelona
De Tour opent met een ploegentijdrit van 19,6 kilometer in Barcelona. Dat maakt deze rit meteen belangrijk voor Remco Evenepoel. Red Bull-Bora-hansgrohe start met Evenepoel en Florian Lipowitz als dubbele klassementskaart, maar met mannen als Mattia Cattaneo, Jan Tratnik, Nico Denz en Tim van Dijke heeft de ploeg ook veel kracht voor dit werk.
Waarom belangrijk? Omdat individuele tijden meetellen en Evenepoel dus meteen seconden kan pakken op rivalen. Welke Belg past? Evenepoel, uiteraard. Waarop letten? Of Red Bull Evenepoel perfect kan afzetten in de finale. Als dat lukt, is geel niet onmogelijk.
Rit 2: Tarragona - Barcelona
De tweede rit eindigt opnieuw in Barcelona, maar dit keer na 168,5 kilometer en 2500 hoogtemeters. De finale rond Montjuïc wordt explosief en technisch. Dat is geen klassieke sprintersrit, maar ook nog geen zware bergetappe.
Waarom belangrijk? Omdat hier punchers, klassementsmannen en sterke sprinters allemaal iets kunnen proberen. Welke Belg past? Evenepoel moet vooral opletten, maar Maxim Van Gils kan op dit soort terrein ook belangrijk zijn als steun of schaduwkopman. Waarop letten? Mathieu van der Poel heeft deze rit ook aangeduid. Als Pogacar, Vingegaard of Evenepoel meedoen, wordt het een eerste echte test.
Rit 3: Granollers - Les Angles
Op dag drie trekt de Tour al naar de bergen. De rit naar Les Angles is 195,9 kilometer lang en telt 3850 hoogtemeters. Dat is vroeg, heel vroeg, voor een eerste serieuze klimtest.
Waarom belangrijk? Omdat Evenepoel hier niet per se moet winnen, maar vooral niet mag breken. Welke Belg past? Evenepoel staat centraal. Als hij hier bij de beste klassementsmannen blijft, neemt hij veel twijfels weg. Waarop letten? De rol van Lipowitz. Als de Duitser beter klimt dan Evenepoel, kan Red Bull meteen met een intern verhaal zitten.
Rit 7: Hagetmau - Bordeaux
Na de eerste bergritten krijgen de sprinters opnieuw zuurstof. De rit naar Bordeaux is 175,1 kilometer lang en officieel vlak. Dit is zo’n dag die Tim Merlier en Jasper Philipsen rood moeten omcirkelen.
Waarom belangrijk? Omdat de strijd om groen in 2026 sterk richting de pure sprinters lijkt te kantelen. Welke Belg past? Merlier en Philipsen. Allebei kunnen ze deze rit winnen als hun ploeg de finale controleert. Waarop letten? De lead-outs. Bij Alpecin-Premier Tech is Philipsen de sprintkopman, terwijl Soudal Quick-Step vol voor Merlier kan rijden.
Rit 8: Périgueux - Bergerac
Nog een vlakke rit, nog een kans voor de snelle mannen. De rit naar Bergerac is 180,4 kilometer lang en komt meteen na Bordeaux. Voor sprinters is dit een belangrijke tweedaagse.
Waarom belangrijk? Omdat wie twee dagen op rij scoort, meteen een grote stap kan zetten richting groen. Welke Belg past? Opnieuw Merlier en Philipsen. Zeker als één van beiden in Bordeaux misgrijpt, wordt Bergerac extra belangrijk. Waarop letten? Vermoeidheid en positionering. In zulke finales maakt niet alleen snelheid het verschil, maar ook wie het best door de hectiek raakt. (lees verder onder de afbeelding)
Rit 16: Évian-les-Bains - Thonon-les-Bains
Na de tweede rustdag volgt de enige individuele tijdrit van deze Tour. De rit is 26,1 kilometer lang en kan voor Evenepoel een kantelpunt worden.
Waarom belangrijk? Omdat Evenepoel hier zijn grootste wapen kan uitspelen. Welke Belg past? Evenepoel. Dit is een dag waarop hij niet mag verdedigen, maar moet aanvallen met de klok. Waarop letten? Het klassement vóór de tijdrit. Als hij nog dicht staat, kan hij hier opnieuw richting podium of zelfs geel bewegen.
Rit 21: Thoiry - Parijs Champs-Élysées
De Tour eindigt opnieuw in Parijs, met de Champs-Élysées en een passage via Montmartre. Dat maakt de slotrit interessanter dan een klassieke parade.
Waarom belangrijk? Omdat sprinters, punchers en klassieke renners allemaal naar deze dag kunnen kijken. Welke Belg past? Philipsen en Merlier voor de sprint, maar ook een renner met klassieke inhoud kan dromen als Montmartre de koers openbreekt. Waarop letten? De vraag of het een gecontroleerde massasprint wordt, of opnieuw een chaotische finale zoals de Tourorganisatie met Montmartre lijkt te willen uitlokken.
Voor Belgische fans zijn dit de zeven dagen om nu al aan te duiden. Evenepoel krijgt kansen tegen de klok en moet overleven in de bergen. Merlier en Philipsen krijgen hun sprints. En als de koers in Parijs nog één keer ontploft, kan ook de slotdag meer worden dan een ceremonie.