Tijdens de Tour de France lijkt alles extreem: de cols, de snelheden, de stress en ook het eten. Profs schuiven niet gewoon aan voor een kop koffie en een boterham. Hun ontbijt is een onderdeel van hun wedstrijdplan.
Toch betekent dat niet dat een wielertoerist hetzelfde bord moet kopiëren. Een prof ontbijt voor een rit van vijf uur op topniveau. Een recreant ontbijt misschien voor een zondagrit, toertocht of granfondo. Maar uit de manier waarop profs eten, valt wél veel te leren.
Les 1: ontbijt met een doel
Een Tour-ontbijt draait vooral om brandstof. Profs kiezen vaak voor koolhydraatrijke producten zoals rijst, pasta, toast, ontbijtgranen, pannenkoeken of havermout. Dat klinkt misschien overdreven, maar voor een zware rit zijn koolhydraten de belangrijkste snelle energiebron.
Voor een wielertoerist betekent dit niet dat je voor elke rustige rit een bord pasta moet eten. Wel dat je bij langere of intensievere ritten beter niet vertrekt op een te klein ontbijt. Een kom havermout, brood met confituur, rijstpap, pannenkoekjes of toast met banaan kan dan logischer zijn dan een zwaar, vet ontbijt.
Les 2: eet niet vlak voor vertrek te zwaar
Profs ontbijten ruim voor de start, zodat hun lichaam tijd heeft om het eten te verteren. Dat is ook voor gewone fietsers een slimme regel. Een groot ontbijt vlak voor je op de fiets springt, kan zwaar op de maag liggen.
Heb je weinig tijd? Kies dan kleiner en lichter verteerbaar. Denk aan een banaan, een witte boterham met honing of een kleine portie havermout. Bij een lange rit kun je daarna op de fiets verder aanvullen.
Les 3: vermijd maagproblemen
Opvallend aan een Tour-ontbijt is niet alleen wat erin zit, maar ook wat profs vaak beperken. Vlak voor een zware rit vermijden veel renners te veel vezels, vet en zware eiwitrijke maaltijden. Niet omdat die voedingsstoffen slecht zijn, maar omdat ze de vertering kunnen vertragen of maagklachten kunnen geven.
Voor wielertoeristen is dat herkenbaar. Een stevig ontbijt met spek, kaas, veel noten of grote porties volkorenproducten kan gezond lijken, maar tijdens een intensieve rit oncomfortabel aanvoelen. (lees verder onder de afbeelding)
Les 4: koffie mag, maar is geen ontbijt
Koffie hoort voor veel profs en amateurs bij de ochtendroutine. Cafeïne kan helpen om alerter te worden en de inspanning iets minder zwaar te laten voelen. Maar koffie vervangt geen brandstof.
Wie alleen met koffie vertrekt voor een lange rit, merkt vaak na een uur of twee dat de tank leegloopt. Gebruik koffie dus gerust als extraatje, niet als basis.
Les 5: kopieer het principe, niet de porties
De belangrijkste les van het Tour-ontbijt is niet dat je als wielertoerist massa’s rijst of pasta moet eten. De les is: stem je ontbijt af op je rit.
Een rustige rit van een uur vraagt weinig extra. Een rit van drie uur, een toertocht of een dag in de bergen vraagt meer voorbereiding. Profs eten niet zomaar veel omdat het kan, maar omdat de inspanning dat vraagt.
Wie dat principe toepast, fietst niet alleen met meer energie, maar voorkomt ook dat de man met de hamer al vroeg in de rit naast hem komt rijden.