Jasper Philipsen is nog lang niet van plan zijn seizoen af te sluiten, maar de Belgische topsprinter botst richting het najaar op een opvallend probleem. Na het klassieke voorjaar en de Tour de France ontbreekt voor hem een wedstrijd die hij als absoluut hoofddoel kan aanduiden. Philipsen vindt dat er in deze periode “iets te weinig mooie wedstrijden” zijn waar een sprinter maandenlang specifiek naartoe kan werken. Dat maakt het volgens hem ook moeilijker om dezelfde absolute focus vast te houden als richting een Monument of de Tour.
Dat betekent niet dat Philipsen na de Tour de teugels volledig heeft gevierd. De renner van Alpecin-Premier Tech had na drie zware weken wel tijd nodig om fysiek en mentaal te herstellen, maar trok vervolgens opnieuw op hoogtestage. Hij wilde zijn batterijen opladen om ook tijdens de laatste maanden van 2026 nog resultaten neer te zetten. Alleen is de vraag waarop hij zijn voorbereiding precies moet richten. In eerdere seizoenen lag er in augustus en september telkens een veel duidelijker doel klaar.
"Groot contrast met voorbije jaren"
Dit jaar valt bijvoorbeeld het WK af als logische afspraak voor een pure sprinter. De mannenwedstrijd in Montréal telt 273,7 kilometer en maar liefst 3.803 hoogtemeters, met twaalf passages over het lastige lokale circuit rond Mont Royal. Ook de Vuelta a España biedt weinig soelaas. Het parcours is bijzonder zwaar en bevat nauwelijks vanzelfsprekende massasprints. Dat verklaart mee waarom verschillende topsprinters voor de Spaanse ronde passen en in plaats daarvan onder meer voor de Renewi Tour kiezen.
Voor Philipsen is het contrast met de voorbije jaren behoorlijk groot. In 2024 lag er met het EK in eigen streek een aantrekkelijk najaarsdoel, terwijl hij in 2025 naar de Vuelta trok en er meteen de eerste rode leiderstrui veroverde. Nu ontbreekt zo'n wedstrijd waarop hij alles kan zetten. “Het is echt zoeken naar een leuk doel”, geeft hij toe. Zijn voorlopige programma leidt hem via de Renewi Tour naar de Bretagne Classic in Plouay, terwijl Parijs-Tours normaal zijn laatste grote afspraak van het seizoen wordt. Wat hij daartussen rijdt, ligt nog niet volledig vast.
Renewi Tour
Helemaal zonder ambitie zit Philipsen uiteraard niet. Zijn seizoen heeft bovendien al voldoende hoogtepunten opgeleverd. In het voorjaar schreef hij In Flanders Fields op zijn naam en tijdens de Tour wist hij uiteindelijk ook een etappe te winnen. Juist die Tourzege heeft hij naar eigen zeggen steeds meer leren waarderen. Waar vier ritzeges enkele jaren geleden bijna vanzelfsprekend leken, beseft hij tegenwoordig hoe zwaar de concurrentie bij de sprinters is geworden. Iedere mogelijkheid om in een grote ronde te winnen, moet daarom maximaal worden benut.
De Renewi Tour biedt Philipsen alvast de kans om zich met vrijwel alle grote sprintnamen te meten. Onder anderen Tim Merlier, Jonathan Milan, Olav Kooij, Biniam Girmay en Dylan Groenewegen behoren tot zijn concurrenten. Philipsen weet dan ook dat winnen niet eenvoudig wordt, maar hoopt dat zijn rustperiode en hoogtestage hem opnieuw voldoende frisheid hebben gegeven. Voor de rest van zijn najaar blijft het voorlopig puzzelen. Zijn kritiek draait daarbij minder om één specifieke organisator of de UCI dan om een bredere vaststelling: voor topsprinters ligt er na de Tour tegenwoordig opvallend weinig waarop ze maandenlang hun volledige seizoen kunnen afstemmen.