Remco Evenepoel begint aan de
Tour de France met grote ambities, maar niet iedereen gelooft dat hij Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard drie weken lang bergop kan volgen. Pedro Delgado, Tourwinnaar van 1988, ziet enorme kwaliteiten bij de Belg, maar plaatst ook een duidelijke kanttekening.
In een gesprek met RTBF wijst Delgado vooral naar de lange beklimmingen. “Mentaal is Remco heel sterk, maar ik denk dat hij zichzelf te veel druk oplegt om in de bergen nóg sterker te zijn”, klinkt het. Volgens de Spanjaard zit daar precies het gevaar.
Evenepoel heeft een geweldige motor, maar de Tour wordt niet alleen beslist op vermogen. In het hooggebergte draait het ook om lichaamsbouw, herstel en het vermogen om herhaaldelijk versnellingen van de allerbesten te beantwoorden.
“De bergen zijn probleem voor Evenepoel”
Delgado is scherp in zijn analyse. “Hij heeft een geweldige motor, maar de bergen zijn helaas zijn probleem. Zijn lichaamsbouw maakt hem niet een echte klimmer.”
Dat is een harde uitspraak, maar ze raakt wel aan de grootste vraag rond Evenepoel. In tijdritten kan hij de beste van de wereld zijn. In klassiekers kan hij aanvallen van ver. Maar
in een Tour met Pogacar en Vingegaard ligt de lat bergop uitzonderlijk hoog.
Delgado ziet daarom vooral een tactische valkuil. Evenepoel wil van nature mee met de besten. Hij koerst aanvallend, is trots en wil zelden zomaar lossen. Maar net dat kan gevaarlijk worden wanneer Pogacar of Vingegaard op een lange col versnellen. “Klim op je eigen tempo, zoals in een tijdrit”, luidt Delgado’s advies. “Hij moet niet proberen om Vingegaard en Pogacar te volgen, want dan riskeer je ontploffing.” (lees verder onder de afbeelding)
(Credit: Wompratte, CC0, via Wikimedia Commons)
Karakter als wapen én risico
Toch is Delgado zeker niet negatief over Evenepoel. Integendeel. Hij bewondert net zijn mentaliteit en lef. “Ik vind zijn karakter geweldig, hij doet me denken aan Bernard Hinault”, zegt de Spanjaard.
Dat is een groot compliment. Hinault stond bekend als een renner die koers wilde maken, druk zette en nooit tevreden was met volgen. In dat opzicht past Evenepoel perfect in die traditie. Hij wacht niet graag af en gelooft sterk in zijn eigen mogelijkheden.
Maar in een grote ronde kan die ingesteldheid ook tegen hem werken. Een aanval op het juiste moment kan tijd opleveren. Een reactie op het verkeerde moment kan de hele Tour kosten. Zeker tegen Pogacar en Vingegaard moet Evenepoel volgens Delgado leren kiezen wanneer hij moet volgen en wanneer hij beter schade beperkt.
Klassiekers als ideaal terrein voor Evenepoel
Waar ligt zijn grootste potentieel dan wel? Volgens Delgado en ook Maurizio Fondriest is dat duidelijk: in het eendagswerk. Fondriest vatte het scherp samen: “Evenepoel is gemaakt voor de klassiekers.”
Dat is moeilijk te betwisten. Evenepoel won Luik-Bastenaken-Luik al twee keer, werd wereldkampioen op de weg en is op zware, selectieve parcoursen een van de gevaarlijkste renners van het peloton. Zeker wanneer hij van ver kan aanvallen, komt zijn motor maximaal tot zijn recht.
Delgado ziet hem ook in Luik perfect meedoen tegen Pogacar. “Hij zal heel sterk zijn in Luik en kan Pogacar verslaan. Hoe? Door aan te vallen, want daar is hij niet bang voor.” Dat zegt veel over Evenepoel. Zijn kracht ligt niet in afwachten tot de laatste kilometer, maar in koers openbreken. In een klassieker kan dat dodelijk zijn. In een Tour kan het gevaarlijk zijn. (lees verder onder de afbeelding)
Mag Evenepoel dromen van winst in Tour 2026?
Betekent dit dat Evenepoel zijn Tourambities moet opbergen? Zeker niet. Hij kan tijd winnen in tijdritten, profiteren van ploegentactiek en op goede dagen bergop dicht blijven. Een podium blijft realistisch als alles klopt.
Maar Delgado’s boodschap is helder: Evenepoel moet de Tour niet rijden alsof hij Pogacar of Vingegaard op elk terrein moet kopiëren. Hij moet zijn eigen sterktes maximaal uitspelen en zijn zwakke momenten beperken.
Misschien is dat wel de sleutel tot zijn Tour. Niet bewijzen dat hij een pure klimmer is, maar tonen dat hij als Evenepoel een grote ronde kan overleven én aanvallen. Want zijn motor is uitzonderlijk. Alleen moet hij in de bergen soms durven rijden met het hoofd, niet alleen met het hart.