De Belgische ploeg trekt met hoge verwachtingen naar het WK wielrennen in Montréal. Door de afwezigheid van Tadej Pogačar wordt er nog nadrukkelijker gekeken naar Remco Evenepoel en Wout van Aert. Beide Belgen starten als kopman, en precies daardoor wordt er volop gespeculeerd over hoe België de finale tactisch zal aanpakken. Tiesj Benoot vindt dat die discussie vooral niet groter moet worden gemaakt dan nodig.
"Het is een luxe"
Volgens Benoot is het net een luxe om twee renners van dat niveau te kunnen uitspelen. Hij verkiest twee kopmannen die in uitstekende vorm verkeren boven een situatie waarin België slechts één duidelijke troef heeft. De ervaren renner vindt dat er in België nogal snel wordt gezocht naar mogelijke conflicten tussen kopmannen, terwijl hij daar momenteel helemaal geen aanleiding voor ziet.
WK in Leuven
Daarbij duikt onvermijdelijk het WK van 2021 in Leuven weer op. Toen slaagde België er ondanks enorme verwachtingen niet in om de wereldtitel te pakken en ontstond achteraf veel discussie over de samenwerking en tactiek. Benoot ziet dat kampioenschap echter eerder als een uitzondering. De druk voor eigen publiek was toen enorm en Evenepoel stond op dat moment bovendien op een heel ander punt in zijn carrière. Sindsdien heeft de Belgische ploeg op grote kampioenschappen meermaals laten zien dat verschillende toppers wel degelijk naast elkaar kunnen functioneren.
Vertrouwen in de kopmannen
Benoot heeft dan ook vertrouwen in beide Belgische kopmannen. Van Aert komt naar Montréal na een sterke Vuelta waarin hij onder meer twee ritten won, terwijl Evenepoel in Canada al liet zien dat zijn vorm richting het WK aanwezig is. Voor Benoot ligt de grootste valkuil daarom misschien niet bij de renners zelf, maar bij de neiging om vooraf al een tactisch probleem te creëren dat er volgens hem helemaal niet hoeft te zijn.