Adrie van der Poel begrijpt niet hoe streng Wout van Aert en Remco Evenepoel in België soms worden beoordeeld. De Nederlander, zelf al jaren nauw verbonden met het Belgische wielrennen, vindt dat twee zulke kampioenen veel meer krediet verdienen.
In Wieler Revue sprak Van der Poel zich uit over de druk waaronder Van Aert en Evenepoel in hun thuisland moeten presteren. Volgens hem wordt er te vaak naar fouten gezocht wanneer het even wat minder gaat. “Evenepoel en Van Aert hebben een palmares waar de meeste renners alleen maar van kunnen dromen”, zegt Van der Poel. “Als ze twee weken minder zijn, dan wordt er van alles gezocht wat ze fout gedaan hebben.”
“Dat verdienen ze absoluut niet”
Van der Poel vindt die houding overdreven. Van Aert en Evenepoel zijn geen gewone renners die nog alles moeten bewijzen. Van Aert won onder meer klassiekers,
Tourritten, de groene trui en wereldtitels in het veld. Evenepoel werd wereldkampioen, olympisch kampioen, won de Vuelta en behoort tot de beste tijdrijders van zijn generatie.
Net daarom vindt Adrie dat er meer waardering mag zijn. Een mindere periode hoort bij elke carrière, ook bij absolute toppers. Daar hoeft volgens hem niet telkens een groot verhaal achter gezocht te worden. “Dat verdienen ze absoluut niet”, klinkt het duidelijk.
Die uitspraak raakt een gevoelig punt in België. Van Aert en Evenepoel zijn extreem populair, maar worden daardoor ook enorm streng gevolgd. Een gemiste zege, een tactische keuze of een mindere vormperiode wordt snel uitvergroot. Zeker bij Evenepoel lijkt de lat soms alleen op winnen te liggen.
Waarom Mathieu anders bekeken wordt
Opvallend is dat Van der Poel ook de vergelijking maakt met zijn eigen zoon Mathieu. Die heeft minstens evenveel status en staat al jaren in het middelpunt van de belangstelling. Toch denkt Adrie dat Mathieu geholpen wordt door zijn Nederlandse achtergrond. “Het scheelt denk ik wel dat hij een Nederlands paspoort heeft”, zegt hij.
Daarmee bedoelt hij niet dat Mathieu geen kritiek krijgt. Ook rond Van der Poel wordt elk groot doel breed besproken. Maar volgens Adrie is de toon anders. In België lijkt de emotionele band met toppers als Van Aert en Evenepoel intenser, en dus ook sneller harder wanneer het niet loopt zoals gehoopt. Dat verschil is interessant. België leeft wielrennen als bijna geen ander land. Dat zorgt voor passie, volle supporterszones en enorme aandacht. Maar die liefde kan ook omslaan in ongeduld. (lees verder onder de afbeelding)
“Het is geen voetbal”
Volgens Adrie komt een deel van de kritiek ook voort uit een verkeerd begrip van de koers. Wielrennen is geen simpele één-tegen-één-sport waarin je elke uitslag makkelijk kunt verklaren. “Het is geen voetbal. Het is niet A tegen B”, zegt Van der Poel. “Er zijn twintig ploegen met allemaal hun eigen belangen. Iedere ploeg heeft zijn doel.”
Daar zit veel waarheid in. Een renner kan perfect rijden en toch niet winnen. Hij kan ziek zijn, verkeerd gepositioneerd raken, zonder ploegmaats vallen, ingesloten worden of gewoon op een tegenstander botsen die die dag beter is. In koers zijn er veel meer variabelen dan alleen vorm.
Voor Van Aert en Evenepoel is dat misschien de grootste uitdaging: ze rijden niet alleen tegen hun concurrenten, maar ook tegen verwachtingen. En die zijn in België zelden klein. Adrie van der Poel vraagt daarom eigenlijk iets eenvoudigs: kijk vaker naar wat ze al gedaan hebben, en minder snel naar wat er zogezegd misloopt. Voor twee renners met zo’n erelijst is dat geen overdreven vraag.
(Afbeelding in artikel:
Hoebele, CC0, via Wikimedia Commons)